Oud-Katholieke Parochie Arnhem

Eucharistisch gebed nr. 12

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Wij danken U, grote, barmhartige God 
en wij prijzen U door onze Heer Jezus Christus, 
want al wat bestaat hebt Gij geschapen, 
de hemel, de aarde, heel het leger van lichtende sterren. 
Gij maakte de maan voor de vaste tijden, 
de zon weet wanneer zij moet dalen.

Gij doet voor het vee het gras ontkiemen 
en gewas dat de mens moet bewerken 
om brood uit de grond te winnen 
en wijn, die het mensenhart vreugde brengt.

Hoe talrijk zijn uw werken, o Heer, 
en alles hebt Gij gemaakt met wijsheid; 
de aarde is vol van uw rijkdom.

Daarom loven en prijzen wij U 
met alles wat Gij gemaakt hebt 
en stemmen in met de lofzang 
die uit de mond van engelen weerklinkt 
waar in het hemels licht uw woning is:

Heilig, heilig, heilig de Heer, 
de God van de machten. 
Vol zijn hemel en aarde 
van uw heerlijkheid. 
Hosanna in den hoge. 

Wij prijzen U, algoede Vader, 
want Gij bewaart uw schepping door de tijden. 
Uw liefde houdt de mens in leven, 
al werd hij U ongehoorzaam 
en volgde hij zijn eigen wegen. 
Toch hebt Gij hem aan de dood niet prijsgegeven, 
maar Gij hebt uw eigen Zoon gezonden: 
hij kwam om de wereld te redden.

Gezegend hij die komt 
in de Naam van de Heer, 
Hosanna in den hoge. 


De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed.

Gezegend is hij die komt in uw Naam, 
onze Heer en Heiland Jezus Christus. 
Het werk van uw liefde heeft hij aan ons volbracht, 
hij nam ons aan als de zijnen, 
voor wie hij zijn leven wilde geven. 
Van schuld en angst heeft hij ons bevrijd, 
hij schenkt ons vreugde en vernieuwt ons leven. 
Zijn dood en verrijzenis vieren wij, 
zoals hij ons heeft opgedragen, 
totdat hij wederkomt in heerlijkheid.

Want toen hij met zijn vrienden maaltijd hield, 
heeft hij het brood genomen, 
hij sloeg zijn ogen op naar U, God, zijn hemelse Vader, 
hij bracht U dank, 
brak het brood en zei: 
Neemt en eet, dit is mijn lichaam, 
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, 
hij bracht U nogmaals dank en sprak 
Neemt en drinkt hieruit allen, 
dit is de beker van het nieuw en eeuwig verbond, 
mijn bloed, dat voor u en voor velen wordt vergoten 
tot vergeving van de zonden. 
Doet dit om mij te gedenken, 
totdat ik van de vrucht van de wijnstok 
nieuw met u drinken zal 
in het Koninkrijk van mijn Vader.

Daarom brengen wij dit brood 
en deze beker 
voor uw Aangezicht 
en vieren wij de gedachtenis van uw Zoon, 
zijn leven, zijn sterven en verrijzen.

De dood van de Heer verkondigen wij 
en zijn verrijzenis belijden wij, 
tot hij komt in heerlijkheid.


Wij bidden U, hemelse Vader: 
zend uw heilige Geest 
over ons en deze gaven: 
het brood van het leven, 
de beker van bevrijding, 
het lichaam en bloed van uw Zoon Jezus Christus. 
Vervul ons en allen die te gast zijn aan uw tafel 
met de kracht van uw Geest die levend maakt, 
versterk ons in de gemeenschap 
met uw Zoon en met elkander 
en breng ons thuis in het land van uw belofte.

Verhoor, Heer, ons gebed 
en voleindig de hele schepping, 
opdat alles was leeft U prijst 
door Jezus Christus, uw Zoon.


Door hem en met hem en in hem 
is aan U, God, almachtige Vader, 
in de eenheid van de heilige Geest 
alle eer en heerlijkheid 
door alle eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt: 
Het Gebed des Heren