Overweging Zondag 20 juli 2014

...het onkruid op de akker

.

Mt 13: 24-30; 36-43.

(Wijsheid 12: 13-19; Rom 8: 18-25)

.

Broeders en zusters,

.

Vandaag wil ik jullie vertellen van mijn onsuccesvolle zoektocht naar het onkruid. Deze zondag wordt “de zondag van het onkruid op de akker” genoemd, maar ik heb het onkruid niet kunnen vinden. Wel heb ik veel geleerd op de weg daar naartoe. En ik wil u deelgenoot maken van de inzichten die ik heb opgedaan.

Laten we eerst terug gaan naar de tekst. Het evangelie is een geïnspireerde tekst. Dat blijkt onder andere uit de onvermoede samenhang. Bij de eerste lezing lees je er zo overheen, maar als je de tekst bestudeert kom je telkens opnieuw uit bij een verborgen boodschap. Die je als een schat moet opdelven. Dat is in de lezing van vandaag niet anders.

Wat opvalt bij de lezing van vandaag is de beweging. En dat is de beweging van het tijdelijke naar de eindbestemming. De eerste beweging die dit patroon volgt is zo alledaags dat het nauwelijks opvalt. Als Jezus zijn redevoering gehouden heeft gaat hij naar huis. Hij spreekt zijn woorden vanaf een bootje op het Meer van Galilea. Enkele zondagen geleden hebben we gelezen dat er zo veel mensen kamen, dat hij in een bootje stapte en hen vanaf het meer toesprak. En als hij klaar is met spreken, gaat hij naar de kant en gaat naar huis. Van het tijdelijke, het meer, naar de eindbestemming, zijn thuis.

En die beweging zit dwars door deze hele tekst. Het zaadkorreltje gaat uit de zak van de zaaier en valt op de vruchtbare grond, zijn eindbestemming. En het koren gaat van de akker naar de graanschuur, zijn eindbestemming. En van de wereld gaan we naar het Koninkrijk der Hemelen. En van de Zoon, die in de wereld werkzaam is, naar het Huis van de Vader. Die beweging wordt voortdurend gemaakt. Van het tijdelijke naar de eindbestemming.

De rechtvaardigen zullen in het Huis van de Vader stralen als de zon. Lijkt ons dat niet fantastisch? Stralen als de zon? Een “kleinmenselijke” vraag is nu: “wat moet ik doen om bij die rechtvaardigen te horen?” Kleinmenselijk, want wij hebben vaak het idee dat we meteen van alles moeten gaan doen. Maar deze tekst gaat niet over ons handelen, maar over wie wij zijn. Niet over ons doen, maar over onze inborst. Met een moeilijk woord: niet moreel, de vraag naar goed of kwaad, maar existentieel, onze inborst. Niet ons handelen, wat tijdelijk is, maar onze inborst als eindbestemming.

Het gaat om wie wij zijn. Onze kwaliteit van Zijn. De rechtvaardigen zullen stralen in het huis van de Vader. En het aardige is, in de eerste tekst staat wie die rechtvaardigen zijn. De rechtvaardigen zijn de menslievenden. Dus dat is waar deze tekst naar verwijst. Het is een oproep tot onze menslievendheid, als instelling, als levensmotto.

Dat leek mij vrij duidelijk. Maar toen stelde ik de onzalige vraag: “En wie is nou dat onkruid?” Want in de Evangelielezing worden zij het “kind van het kwaad” genoemd. Maar wie zijn dat eigenlijk? Bij onkruid denk ik meteen aan een distel. Een struik met stekels. Ken ik soms een stekelig persoon? En inderdaad, die ken ik.

Ik kwam hem onlangs tegen in de bus. Na 20 jaar sprak ik hem weer. En hij valt in de categorie: “O help, daar heb je hem!”. De onvermijdelijke vraag werd gesteld: “en wat doe je tegenwoordig?’ Ik vertelde dat ik religiestudies deed aan de Universiteit van Nijmegen. En op dit moment stage liep als geestelijk verzorger in een verzorgings- en verpleeghuis.

“En hoe kom je erbij zoiets te gaan doen”? Vroeg hij. En vooral de manier waarop dat woord “zoiets” benadrukt werd. Ik voelde me meteen in een hoek gedrukt. Ik legde uit dat ik graag omga met ouderen. Zij kijken vaak terug en vragen zich af wat voor zin hun leven gehad heeft. Ze hebben veel meegemaakt en stellen vragen naar zin en betekenis van een aantal ingrijpende gebeurtenissen. “En dat boeit mij in hoge mate”, zo antwoordde ik hem.

“Ja, maar” zo begon hij, “ik vind, voordat je de vraag naar de zingeving gaat beantwoorden zou je eigenlijk een veel principiëler vraag moeten stellen. Namelijk of het leven überhaupt wel zin heeft. En of het leven “überhaupt zin zou moeten hebben. Die vraag zou je eerst eens moeten stellen voordat je die andere gaat beantwoorden”.

En daar kon ik het mee doen. Ik voelde me na twintig jaar meteen weer een kleine jongen die nooit nadenkt en even stevig de oren gewassen wordt. Toen dacht ik: “wacht eens even. In twee zinnen diskwalificeert hij het hele vak. En daarbij wordt hij niet gehinderd door enige kennis van zaken”.

Maar is hij daarmee ook het onkruid? In de tekst staat dat het onkruid wordt opgebonden en in de oven verbrand. En als ze dat met hem zouden gaan doen, dan denk je toch: “is dat niet een tikkeltje buitenproportioneel?” Mocht iemand zich dat in het hoofd dalen, dan ga ik er dwars voorliggen, al is dit het laatste wat ik doe.

En zodoende kwam ik tot het inzicht, dat het niet aan ons is om te oordelen. Oordeel niet. Wij kunnen de inborst van een ander niet beoordelen. Daarom staat er misschien ook in deze tekst dat wij het onkruid niet mogen wieden omdat we dan ook het koren zouden vertrappen. Kennelijk mogen wij dat onderscheid niet maken. Dit oordeel is voorbehouden aan God. En aan God alleen.

Daarmee kon ik prima leven. “Mooi”, dacht ik, “nu nog een plaatje voor de voorkant van het boekje en ik ben klaar”. Ik zocht via Google afbeeldingen op “onkruid” en kwam uit bij paardenbloemen, boterbloemen, korenbloemen, distels en papaver. Korenbloemen is onkruid en dus zocht ik een mooi plaatje met koren en korenbloemen. Maar toen ik ernaar keek dacht ik: “Gôh, da’s gek”. Als kind heb ik nog langs de korenvelden gelopen en korenbloemen geplukt voor mijn moeder. En die was er heel blij mee, zette ze in een vaasje en vond ze mooi.

“Nou”, dacht ik, “korenbloemen zijn geen onkruid. Google afbeeldingen heeft zich vergist. Dan maar papaver, want als er iets onkruid is, dan is het wel papaver”. Dus ik zocht een mooi plaatje met papaver. En toen ik het gevonden had, dacht ik: “Gôh, da’s gek”. Want in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog was papaver de enige bloem die nog bloeide. De gronden waren zo vergiftigd dat er niets meer kon groeien, maar de papaver bloeide er wel. En schonk troost aan duizenden soldaten die daar lagen te creperen. En tot de dag van vandaag legt de Engelse koningin op de nationale dodenherdenking een krans van papavers bij het Engels Nationaal Monument.

Dus papaver is ook geen onkruid. En toen snapte ik waarom het zo moeilijk is het onkruid te identificeren. Dat komt omdat wij allemaal alleen ons eigen, beperkte, menselijke perspectief hebben. Voor de boer is de korenbloem onkruid, omdat hij geen vrucht draagt en het koren verstikt. En voor mijn moeder was het een waardevol geschenk van haar jongste zoon.

Broeders en Zusters, daarom herhaal ik nog maar een keer: “oordeel niet over de inborst van een ander”. Dat oordeel is aan God. Wij mensen zijn niet in staat om dat oordeel te vellen. Wij weten niet wat er in andermans innerlijk omgaat. Wel kunnen wij proberen te leven als een rechtvaardige. Dus om menslievend te zijn. En de Liefde, dat is de grootste Genade van God.

.

In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

.

Amen.

.

.

.

Bas Meisters

.

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS