preek over de Heilige Geest (Pinksteren, 19 mei 2013)

 

Lezingen:

Joël 2: 28- 32
Handelingen 2: 1- 11
Johannes 20: 19- 23

Een anekdote die ik ergens tegenkwam en te leuk is om u te onthouden: Ergens in een dorp in Sleeswijk- Holstein werkte al weer een poosje geleden een predikant die als zeer charismatisch bekend stond. Hij bedacht altijd weer wat nieuws voor de zondagse kerkdienst. Deze dominee wilde zijn ongelovig en gelovigen boeren op een plastische manier het pinksterwonder van de uitstorting van de Heilige Geest laten beleven. Voor het begin van de dienst gaf hij de koster een witte duif. Hij zei tegen de koster dat de duif los gelaten moest worden aan het einde van de preek. De dominee zou met veel pathos uitroepen: En nu, kom Heilige Geest!

De koster vond het een mooi plan en wilde zijn medewerking wel verlenen. Inderdaad, de dominee hield een meeslepende preek en aan het einde riep hij uit: Kom nu, heilige Geest! Er gebeurde niets.
Hij riep het nog eens, en weer gebeurde er niets. De derde keer klonk het met wat minder overtuiging, haast smekend: Kom nu, toch, Heilige Geest!
Van boven, van de galerij klonk een zachte stemmetje van de koster: Dominee, zei hij, de kat heeft de heilige Geest opgevreten.

Het is natuurlijk een grappig verhaal, nou ja, niet voor de betreffende duif. Maar het is ook een anekdote die iets van onze verlegenheid met de Heilige Geest weergeeft. Veel mensen die niet naar de kerk gaan, zullen weinig beeld hebben bij dit feest. En misschien geldt dat ook wel voor mensen die wel naar de kerk gaan.

Terwijl het eigenlijk niet zo moeilijk is, ook niet zo abstract is, dat Pinksterfeest.

We kennen de Geest al vanaf de eerste pagina van de Bijbel, de Geest zweeft over de wateren, de Geest geeft leven. De Geest geeft adem aan de schepping.

 De Geest komt voor in psalm 104, de psalm van Pinksteren om de woorden:
Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen.
En Gij vernieuwt het gelaat van de aarde.
Of met woorden van de nieuwe vertaling:
Zend uw adem en zij worden geschapen,
zo geeft Gij de aarde een nieuw gelaat.

Een hele psalm met prachtige beelden over de schepping, over aarde en zee, licht en donker, zomer en winter, over de dieren en de mensen, over de zorg voor brood en over de gave van de wijn. Heel concreet, ontstaan door de Geest. Nu kunnen we toch niet meer volhouden dat de Geest zo abstract is, dat we er ons zo weinig bij kunnen voorstellen. Tientallen beelden buitelen over elkaar heen in deze psalm, en de Geest geeft adem, beweging, een nieuwe dag.

Lucas is de enige evangelist die ons het bekende Pinksterverhaal vertelt in zijn deel twee: de handelingen. De andere evangelisten, we hebben het gelezen van Johannes, verbinden Pasen en Pinksteren direct met elkaar.

Lucas vertelt ons dat de Geest mensen samen brengt. De Geest is daar aanwezig waar mensen samen geïnspireerd raken en God lof zingen, en bidden en proberen elkaar en Gods Woord te verstaan.

Zo vertelt Lucas het: mensen geloven samen.

Men zegt wel eens, en klaagt wel eens, dat mensen steeds individualistischer worden en steeds minder op elkaar betrokken. En ook geloven, hoe je dat verder ook invult, lijkt steeds meer een zaak van individuele mensen, iedereen zoekt zijn of haar eigen religieuze winkeltje, of heeft een inspiratie hoekje in zijn of haar eigen huis ingericht.

Het is Lucas overtuiging dat de Geest mensen samen brengt om in God te geloven, natuurlijk allemaal op hun eigen manier, maar ook samen. Geloof heeft met gemeenschap te maken, met samen geroepen zijn, met verbondenheid, met mensen samen. Dat is natuurlijk door de eeuwen heen, altijd anders ingevuld, maar de basis blijft: De Heilige Geest brengt mensen samen in geloof. Als je bij God hoort, hoor je door de Geest ook altijd bij mensen. Niet per se altijd bij de mensen die je zelf zou uitkiezen, de Geest is creatief in dat opzicht.

Lucas vertelt dat Pinksteren een heel bijzondere gebeurtenis is, met vuur en wind, met enthousiasme, met vrijmoedigheid van de apostelen. Maar het is niet éénmalig. We hebben gelezen dat daar, toen in Jeruzalem iets bijzonders gebeurde. Joden en proselieten hoorden over Jezus spreken. Zij traden toe. Maar een aantal hoofdstukken verderop in het boek, bewerkt de Geest opnieuw dat ook voor de heidenen de verkondiging van het evangelie mogen ontvangen. Het is nog een aantal keer Pinksteren in het boek handelingen.

Zoals het zo vaak Pinksteren is in de kerk. Waar mensen geraakt worden, zich welkom weten, de stap zetten om erbij te horen, opnieuw bemoedigd worden, waar mensen op adem komen, levenskracht ervaren, waar het weer licht wordt in hun leven, of iets minder donker, waar mensen getuigen van Jezus Christus, daar is het klein Pinksteren.

Hoe vaak hebben we dan al de Geest aan het werk gezien? Dan is het allemaal toch niet meer zo abstract, want wanneer had ik de ervaring van de Heilige Geest? Wanneer kwam ik op adem, al is het soms maar even, wanneer werd het voor mij wat lichter? Wanneer merkte ik dat God heel dichtbij was? Wanneer kon ik getuigen, hoe eenvoudig ook, maar wel vanuit mijn hart?

Na de Hemelvaart waren de apostelen volgens Jezus’ opdracht bij elkaar gebleven om te wachten op de Geest, En dan gaan alle deuren open, dan stroomt er kracht door hen, dan breekt het heil ruim baan. Dan gebeurt er wat, dan ontstaat er een geloofsgemeenschap. Pinksteren wordt wel de geboorte van de kerk genoemd.

Dan bedoelen we natuurlijk de kerk van alle tijden en alle plaatsen, de katholieke kerk, het volk van God, de geroepenen, zij die de weg van de Heer willen gaan. De Geest geeft geen kerkelijke statuten, geen organisatie, geen bisschoppelijk bureau, zelfs geen synode of ambten. Maar wel de inspiratie, de gaven om samen een kerk van Christus te vormen. Een kerk die niets te maken heeft met de grenzen die wij stellen, maar een kerk met mensen die leven uit dezelfde bron: Gods Woord en Gods Geest.

Zo beschrijft Lucas het: de geloofsgemeenschap is een initiatief van God zelf, het zijn geen mensen die het leuk kunnen vinden met elkaar om dan besluiten een vereniging op te richten met gelijkgestemden.  En om daarvan weer af te scheiden als het hen beter uitkomt. Ik zeg het wat zwart- wit om de boodschap duidelijk te maken. Lucas beschrijft de kerk van Gods wege die mensen samen roept om er met elkaar, met Hem door de Geest iets moois van te maken. We zijn niet elkaars broeders en zusters omdat we elkaar zo aardig vinden. Ik vind jullie allemaal wel aardig, daar gaat het niet om, maar dat is niet de basis van de kerk. We zijn elkaars zusters en broeders omdat de Geest ons met elkaar verbindt.

Er gaat een verhaal van een of andere paus, ik denk Johannes Paulus de 2e, dat hij ’s avonds zou bidden: Heer, ik heb mijn best gedaan, het is uw kerk en ik ga nu slapen. Dat geeft het precies weer: de kerk kan niet zonder mensen die zich inzetten. Toegerust door de Heilige Geest. Maar de ware kerk van de Heer is niet gegrond in overtuiging van mensen, maar in de Heer zelf.

Voor allerlei functies in de kerk, voor de ambten, worden mensen gevraagd, soms worden consultatie rondes gehouden, er wordt gestemd, dat is allemaal goed. Maar daarboven staat: het is de Heer die alle mensen roept, op zijn/ haar eigen creatieve wijze.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen

 

 .

.

Joke Kolkman

 

 

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS