Oud-Katholieke Parochie Arnhem

Eucharistisch gebed nr. 5

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

Waardig is het dat ieders mond U verheerlijkt, 
dat elke tong U belijdt en dankt, 
U hulde brengt en uw Naam aanbidt, 
Vader, Zoon en heilige Geest. 
Uit liefde hebt Gij alles geschapen, 
de wereld en wie haar bewonen; 
door uw ontferming hebt Gij de mensen verlost 
en grote goedertierenheid aan stervelingen bewezen. 
Uw majesteit, Heer, 
eren duizend maal duizend machten 
en tienduizend maal tienduizend engelen, 
de legerscharen in de hemelen, 
uw dienaren, die vuur zijn en geest. 
Met de cherubijnen en de zalige serafijnen 
verheerlijken zij uw Naam; 
zij zingen en loven U, 
nimmer zwijgend, 
zij roepen tot elkaar en zeggen:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer, 
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. 
Hosanna in den hoge. 
Gezegend hij die komt 
in de Naam des Heren. 
Hosanna in den hoge. 

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Met al deze hemelse scharen, 
Heer, brengen ook wij 
U onze dank. 
Al zijn wij maar zwakke en kleine mensen, 
Gij hebt in ons genade bewerkt 
die U nimmer kan worden vergolden: 
hebt Gij U niet zelf 
met ons menszijn bekleed 
om ons door uw godheid 
tot leven te wekken? 

Gij hebt ons doen opstaan uit onze vernedering, 
ons opgericht uit onze val, 
ons sterfelijk wezen hebt Gij doen verrijzen, 
Gij hebt onze zonden uitgewist, 
onze onschuld hersteld, 
ons kennen verlicht. 
De machten van het dodenrijk, 
Heer onze God, 
hebt Gij voor ons verslagen, 
onze lage staat hebt Gij verhoogd, 
aan onze broze natuur de overwinning geschonken 
door de rijkdom van uw genade.

Voor dit alles, 
voor uw hulp en uw goedheid, 
voor al wat Gij aan ons gedaan hebt, 
brengen wij U lof en eer, 
dank en aanbidding.

Gedenk, Heer, in uw onuitsprekelijke barmhartigheid 
allen die leefden uit geloof, 
de rechtvaardigen ons voorgegaan: 
zij hebben U alle tijden door behaagd 
bij het vieren van de gedachtenis 
van het lichaam en bloed van uw Gezalfde, 
dat ook wij U aanbieden, 
zoals zij deden, 
op het zuiver en hemels Altaar, 
zoals Gij zelf ons hebt geleerd.

Want daags voor zijn vrijwillig lijden en sterven 
heeft uw Zoon, 
onze Heer Jezus Christus, 
het brood in zijn handen genomen 
en zijn ogen opgeslagen naar U, 
zijn hemelse Vader; 
hij heeft het, U dankzeggend, gezegend, 
het gebroken 
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden; 
Neemt, eet, dit is mijn lichaam, 
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker 
en U dankzeggend heeft hij die gezegend 
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden: 
Drinkt allen hieruit. 
Dit is mijn bloed 
van het nieuwe verbond, 
dat voor u en voor velen vergoten wordt 
tot vergeving van de zonden.

Telkens als gij dit doet, 
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Ook wij, Heer, 
die Gij hebt samengebracht, 
die hier bijeen zijn in uw Naam 
om te doen wat uw Zoon ons heeft voorgedaan, 
wij mogen met blijdschap gedenken, 
vereren, verheffen, 
lofprijzen en vieren 
dit groot en ontzagwekkend geheim 
van het lijden, het sterven en verrijzen 
van onze Heer Jezus de Christus. 
Zend, Heer, uw heilige Geest, 
dat zij moge rusten op dit offer van uw volk, 
om het te zegenen en te heiligen, 
opdat het ons wordt 
tot teken van verzoening, 
tot hoop op verrijzen uit de doden, 
tot nieuw leven in het rijk van de hemelen 
met alle mensen van uw welbehagen. 

Voor heel uw wonderbare beschikking, 
voor alle goeds aan ons bewezen, 
brengen wij U onze dank; 
wij verheerlijken U voor eeuwig 
in uw kerk die Gij hebt verlost 
door het kostbaar bloed van uw Gezalfde, 
en brengen glorie, lof en eer 
aan uw levende, heilige Naam, 
die altijd alle leven schenkt, 
vandaag en alle dagen 
en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt: 
Het Gebed des Heren