Oud-Katholieke Parochie Arnhem

Eucharistisch gebed nr. 2

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

In plaats van onderstaande PREFATIE kan ook een andere worden gekozen in overeenstemming met de tijd van het kerkelijk jaar.

Ja, van harte brengen wij U 
steeds weer onze dank, 
Heer, heilige Vader, almachtige, eeuwige God, 
die waardig zijt de heerlijkheid, 
glorie en macht te ontvangen.

Want hemel en aarde en al wat er is, 
zichtbaar en onzichtbaar, 
hebt Gij door uw Woord geschapen. 
Als kroon op uw schepping 
hebt Gij de mens naar uw gelijkenis gemaakt 
en hem wonderbaar deel 
aan uw grootheid gegeven.

U danken wij,
dat uw goedertierenheid over ons is 
bij dag en bij nacht 
en dat Gij met ons wilt zijn 
op al onze wegen.

Gezegend zijt Gij om alles 
wat Gij ons 
in uw grote barmhartigheid gedaan hebt; 
van geslacht tot geslacht reikt uw ontferming.
Gij hebt in onze aartsvader Abraham 
de belofte van uw heil geschonken, 
Gij hebt U ontfermd 
over Israël, uw dienstknecht.

In uw profeten hebt Gij tot ons gesproken; 
Gij hebt uw volk bezocht 
en zijn verlossing aangezegd.
En uw belofte vervullend 
zond Gij ons uw geliefde Zoon, 
Jezus de Christus, 
onze Verlosser en Heiland. 

Door hem verheerlijken en loven wij U 
met al uw hemelse krachten 
en met al uw uitverkorenen 
die rondom uw troon staan, 
in diepe eerbied belijdend:

Heilig 

Heilig, heilig, heilig is de Heer, 
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. 
Hosanna in den hoge. 
Gezegend hij die komt 
in de Naam des Heren. 
Hosanna in den hoge. 

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

Gezegend zijt Gij, 
Heer van alle heerlijkheid 
en Koning der eeuwige glorie, 
door Jezus Christus, uw eniggeboren Zoon. 

In hem is uw Woord vlees geworden 
en is de volheid van uw genade 
luisterrijk verschenen. 
In alles heeft hij uw wil volbracht 
en uw Naam verheerlijkt. 

Hij heeft ons uw koninkrijk verkondigd 
en de macht der duisternis 
voor ons verbroken. 
Onze schulden heeft hij op zich genomen, 
hij heeft ons met U verzoend 
en het nieuwe paradijs 
voor ons ontsloten. 
Als de weg, de waarheid en het leven 
heeft hij ons uw liefde geopenbaard. 
Hij is U daarin gehoorzaam geweest 
tot het uiterste toe, 
ja, tot aan het kruis, 
om door zijn dood de dood te vernietigen 
en door zijn verrijzen 
ons leven te herstellen.

Op de avond, dat hij zichzelf vrijwillig overleverde 
nam hij het brood in zijn handen 
en zijn ogen opgeslagen naar U, 
zijn hemelse Vader, 
heeft hij het, U dankzeggend, gezegend, 
het gebroken 
en aan zijn leerlingen uitgedeeld 
met de woorden: 
Neemt, eet, dit is mijn lichaam, 
dat voor u gegeven wordt.

Zo nam hij na de maaltijd ook de beker 
en U dankzeggend heeft hij die gezegend 
en aan zijn leerlingen gegeven 
met de woorden: 
Drinkt allen hieruit. 
Dit is mijn bloed 
van het nieuwe verbond, 
dat voor u en voor velen vergoten wordt 
tot vergeving van de zonden. 

Telkens als gij dit doet, 
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.
Daarom, Heer, gedenkend 
zijn heilbrengend lijden, 
zijn glorierijke verrijzenis 
en zijn verheffing aan uw rechterhand, 
en uitziende naar zijn komst vol majesteit, 
stellen wij hier dit teken 
van ons geloof in hem 
die U het volmaakte offer gebracht heeft 
en een eeuwige verlossing 
voor ons heeft verworven. 
Zend dan, bidden wij, 
uw heilige Geest, 
de gever van alle leven en heiliging, 
over ons en deze, uw gaven: 
brood en wijn van eeuwig leven, 
en neem ze uit onze handen aan 
als een U welgevallig offer, 
waarmee wij onszelf aan U aanbieden, 
opdat het brood, dat wij breken, 
gemeenschap is met het lichaam van uw Zoon 
en de drinkbeker, die wij zegenen, 
gemeenschap met zijn bloed. 

Geef, dat allen, 
die deelnemen aan uw hemels Altaar, 
altijd verenigd blijven met U, 
te zamen met al uw heiligen en uitverkorenen, 
met uw gezegende en roemwaardige dienstmaagd, 
Maria, de moeder van onze Heer, 
(met ...., wiens/wier gedachtenis 
wij heden vieren), 
met uw profeten en apostelen, 
met uw martelaars en belijders 
en met allen, die in uw koninkrijk 
lofprijzend en biddend 
staan rondom uw troon.

Als de volgende gedachtenissen voor overledenen en levenden bij de voorbeden hebben plaats gehad, kunnen zij hier achterwege blijven.

Schenk, Heer, ook deel in uw heerlijkheid 
aan de ontslapenen, 
die ieder van ons voor U wil gedenken.
Men bidt korte tijd voor de overledenen die men persoonlijk gedenken wil.
Handel met hen en met allen 
naar uw goedertierenheid 
en laat het eeuwig licht over hen stralen.
Gedenk ook uw dienaren en dienaressen op aarde, 
voor wie wij uw barmhartigheid inroepen.
Men bidt korte tijd voor de levenden die men wil gedenken.

Wanneer de bovenstaande gedachtenissen zijn overgeslagen vervolgt de priester hier het eucharistisch gebed:

Zegen uw kerk over heel de wereld 
en verleen haar eenheid en vrede. 
Vernieuw de aarde naar uw belofte, 
gedenk alle volkeren 
en geef dat alle mensen 
U mogen danken en verheerlijken 
en uw heilige Naam lofprijzen.

Door uw geliefde Zoon, 
onze Heer Jezus de Christus, 
met wie en in wie 
U, almachtige Vader, 
in de gemeenschap van de heilige Geest 
alle eer en heerlijkheid, 
macht en glorie toekomt, 
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt: 
Het Gebed des Heren