Eucharistisch gebed nr. 1

Eucharistisch gebed 1

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Opwaarts de harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij onze dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.

De priester zingt of zegt de PREFATIE die voor de betreffende tijd van het kerkelijk jaar of voor de gelegenheid is aangegeven.


Heilig  

Heilig, heilig, heilig is de Heer, 
de God van de hemelse machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid. 
Hosanna in den hoge. 
Gezegend hij die komt 
in de Naam des Heren. 
Hosanna in den hoge. 

De gemeente knielt en de priester vervolgt het eucharistisch gebed:

U bidden wij dan, algoede Vader, 
en wij smeken in ootmoed, 
door Christus, uw Zoon, onze Heer, 
dat Gij wilt aanvaarden en zegenen 
deze gaven, die wij U brengen, 
een heilig, zuiver offer. 
Wij dragen het U op 
voor uw heilige kerk: 
wil haar vrede verlenen, 
tot eenheid haar brengen 
en besturen, waar ook ter wereld; 
bewaar de gemeenschap met onze bisschop ... 
en allen die in oprechtheid en trouw 
het geloof van uw apostelen belijden.
Wees, Heer, gedachtig aan hen die U dienen ...

(Men bidt korte tijd voor de levenden die men gedenken wil.)

Gedenk ook allen hier tegenwoordig, 
- hun geloof en hun toewijding zijn U bekend; 
zij dragen U op dit offer van lof 
voor zich en voor allen 
die hun nabij zijn. 
Verlos en bevrijd hen, 
vervul hen met hoop 
op heil en behoud voor eeuwig. 
U brengen zij hun gaven, 
U, eeuwige God van leven en waarheid, 
in eerbied gedenkend 
Maria, de maagd die bij U is verheerlijkt 
als moeder van Christus, 
onze God en Heer, 
met uw heilige apostelen en martelaren: 
Petrus en Paulus, Andreas, 
Jakobus, Johannes, 
Tomas, Jakobus, 
Filippus, Bartolomeüs, 
Matteüs, Simon en Taddeüs, 
Maria Magdalena, de apostelgelijke, 
de heilige Basilius en Chrysostomus, 
Ambrosius en Augustinus, 
Willibrordus en Bonifatius, Gregorius, 
Martinus, Bavo, ...

(Hier kan de patroonheilige van de kerk worden genoemd of de heilige 
wiens/wier feestdag gevierd wordt.)

en al uw heiligen. 
Neem ook ons op in deze gemeenschap 
en versterk ons door hun gebeden 
in alles met uw hulp en bescherming.

Dit offer van ons, die U dienen, 
van heel het volk, dat U behoort: 
wij bidden U, Heer, neem het aan! 
Beschik in uw vrede 
de dagen van ons leven, 
ontruk ons aan het eeuwig verderf 
en tel ons bij hen die Gij uitkiest. 
Wil, God, dit brood, deze beker 
in alles dan zegenen, 
aanvaarden, bekrachtigen, 
van uw Geest vervullen 
en U zo welgevallig maken 
dat zij voor ons worden 
het lichaam en het bloed 
van uw geliefde Zoon, 
onze Heer Jezus Christus, 

die daags voor zijn lijden 
het brood heeft genomen 
in zijn heilige, eerbiedwaardige handen, 
en die, met zijn ogen geheven tot U, 
God, zijn almachtige Vader, 
U dankzeggend het heeft gezegend, 
het gebroken 
en aan zijn leerlingen gereikt heeft 
met de woorden: 
Neemt, eet, dit is mijn lichaam, 
dat voor u gegeven wordt. 

Zo nam hij, toen de maaltijd was gehouden, 
ook deze kostelijke kelk; 
en U dankzeggend heeft hij die gezegend 
en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden: 
Neemt en drinkt hieruit allen, 
want dit is mijn bloed 
van het nieuw en eeuwig verbond, 
- een teken, te verstaan 
voor hen die geloven -, 
dat voor u en voor velen vergoten wordt 
tot vergeving van de zonden. 
Telkens als gij dit doet, 
zult gij het doen tot mijn gedachtenis.

Daarom, Heer, gedenkend 
het heilbrengend lijden 
van Christus, uw Zoon, onze Heer, 
zijn verrijzen uit het rijk van de dood 
en zijn verhoging tot hemelse heerlijkheid, 
brengen wij die uw dienaren zijn, 
alsook het volk U geheiligd, 
aan uw verheven Majesteit 
van wat Gij ons zelf in handen hebt gelegd 
een zuiver offer, 
een heilig offer, 
een offer zonder smet: 
dit brood van leven zonder eind, 
deze kelk, onze redding in eeuwigheid.

Zie genadig, God, 
met uw Aanschijn van licht 
op deze, uw kostbare gaven; 
aanvaard ze thans, als voorheen, 
toen Gij in genade aanvaard hebt 
de giften van Abel, uw knecht, de gerechte, 
het offer van onze aartsvader Abraham, 
en ook hetgeen U heeft opgedragen 
Melchisedek, uw hogepriester: 
een heilig offer, brood en wijn, 
een onbevlekte gave. 

Ootmoedig smeken wij U, 
God van de hemelse machten: 
gebied uw heilige engel 
dit offer op handen te dragen 
tot de troon van uw goddelijke Majesteit, 
te brengen op uw Altaar in den hoge. 
En ons, met hoevelen wij zijn 
die deelhebben aan dat Altaar 
en die het hoogheilig lichaam en bloed 
van uw Zoon zullen ontvangen: 
laat ons door U gezegend zijn 
met alle hemelse zegen 
om van uw genade te worden vervuld.

Gedenk, Heer, ook 
wie U hebben gediend; 
zij zijn ons voorgegaan 
met het teken van het geloof 
om de rust en de vrede te vinden bij U. 

Men bidt korte tijd voor de overledenen die men wil gedenken.

Wij smeken U, Heer, 
geef aan hen 
en aan allen die in Christus zijn ontslapen 
de plaats van verkwikking, 
van licht en van vrede.

En laat ook ons toe, Heer, tot uw heiligen; 
wij mogen, hoezeer onwaardig, 
nochtans U dienen en hopen op U, 
- uw goedheid kent immers geen einde! 
Behandel ons niet zoals wij verdienen, 
maar verleen ons uit louter genade 
in hun gemeenschap te delen.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon; 
door hem en met hem en in hem 
is aan U, God, almachtige Vader 
in de eenheid van de heilige Geest 
alle eer en heerlijkheid 
in de eeuwen der eeuwen. 
Amen,  amen, amen.

Hierna volgt: 
Het Gebed des Heren

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS