Wij zijn een bouwwerk van de Geest

Economie als Toren van Babel

'Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.' Het lijkt een nobel streven, maar God is er niet blij mee en steekt er een stokje voor. Ons economisch bestel lijkt op het project van de toren. Het economisch belang lijkt alle mensen te binden. Als we er allemaal op vooruit gaan, zowel bankier als huiskoper, dan is het goed. Maar is het wel goed voor iedereen? We hebben een bouwwerk gemaakt om de deelnemers te verrijken, maar wie heeft er oog voor de verdere gevolgen, voor wie geen kredieten kan krijgen of sluiten, voor het milieu of de wereldhandel? Het bleek een zwak stelsel te zijn, De bouw van de toren van Babel is gestopt. De economie is zelfs ingestort.

Genesis 11, 1-9

Handelingen 2, 1-11

Johannes 14, 8-17

Is de kerk niet ook een Toren van Babel ?

Maar het is erg gemakkelijk om als pastoor naar de economen en bankiers te wijzen en tezeggen: Dat was niet goed! Tot voor kort waren immers de grootste gebouwen de kerken. In Arnhem mocht een lange tijd niets hoger worden dan de Eusebiuskerk. Deze kerk staat voortdurend in de steigers. Zij komt niet af. Is ze een toren van Babel?

We kunnen de vraag breder maken: Heeft de kerk niet de neiging een toren van Babel te worden? Onze kerk werkt aan groei, meer mensen, meer geld. Ze is vooral bezig met het behoud van zichzelf, het instituut, wat wij graag hebben. Voor mij is het mijn baan. Ik moet dus oppassen, maar voortdurend komt de vraag op: Is dat waar het om gaat? Gaat het nou om een kerkgebouw, kerkdiensten, pastores, vrijwilligers? Het is allemaal wel belangrijk, maar is dat het doel van het evangelie? Is Jezus daarvoor gestorven?

De kerk moet een bouwwerk van de Geest zijn

Het verhaal van de toren van Babel is ergerlijk. Moeten we geloven in een God die jaloers wordt als de mens iets moois maakt? Het bouwen verbindt mensen met elkaar. Wat is daar nou verkeerd aan? Maar de mensen waren bezig met hun naam en niet met God, niet met de medemens. Ze waren alleen maar met zichzelf bezig. God lijkt in het verhaal bang voor de menselijke cappaciteiten. Er staat: Ze zijn één volk en daardoor ligt alles wat van ze plan zijn, binnen hun bereik. Is dit ironisch bedoeld? Bevat het een aanwijzing aande lezer van vandaag: als jullie een eenheid vormen en samenwerken, dan lukt alles? In elk geval is de angst niet voor altijd, want met Pinksteren maakt God de spraakverwarring ongedaan. Waarom ziet God het nu anders? Misschien vanwege de verandering in de mens: Het verhaal van de toren van Babel komt kort na het verhaal van de zondeval. De gevallen mens kan grote, gevaarlijke dingen voortbrengen. Pinksteren is na de verrijzenis. De verloste mens kan mooie dingen voortbrengen. Heeft God nu weer vertrouwen in de mens?

Of gaat het om wat er gebouwd wordt? Nu is het niet meer de mens die zelf iets wil bouwen, zijn eigen naam maken. Het is de Geest van God, die mensen verbindt om te bouwen wat God wil, Zijn koninkrijk. De Geest laat de apostelen de talen van de mensen spreken. Die Geest drijft de apostelen tot het vormen van de Jezus-gemeenschap, de kerk.

Wat zegt dat voor de kerk van vandaag?

Wat betekentdit voor ons? Dat we goed moet luisteren naar Gods Geest: waar bouwen we aan? Is het een eigen toren of is het het bouwwerk van de Geest. Is onze Oud-Katholieke Kerk iets van God of iets van ons? De Oud-Katholieke Kerk wil groei: meer mensen, meer geld, meer kwaliteit. Misschien is dit goed om mensen te motiveren, maar het is niet echt waar om het gaat. Dat is het belang van het instituut, een menselijk bouwwerk. Het is de voortzetting van wat wij fijn vinden. Maar is het ook een voortzetting van wat Jezus wilde? Gaat het om het evangelie, de gemeenschap van Jezus, onze opdracht naar de wereld toe? Dat zijn steeds de vragen die we moeten stellen. Dienen we ons eigen belang, bevredigen we onze eigen religieuze behoefte of dienen we God, doen we wat Hij wil. Hiervoor moeten we openstaan voor de Geest, waarheen zij ons waait. Dat vraagt om openheid voor verandering en vernieuwing en concentratie op de kern van christen-zijn: getuigen in woord en daad van Gods koninkrijk.

Als de Heer het huis niet bouwt...

Psalm 127 luidt: Als de Heer het huis niet bouwt, bouwt de bouwer vergeefs. Als de Heer de stad niet beschermt, waakt de wachter vergeefs. U kent de psalm wel. Het vat heel kort samen waar het in het leven om gaat, wat ons te doen staat. We moeten werken met de Geest, in de Geest, door de Geest. Steeds weer onderzoeken en goed luisteren, waartoe de Geest van God mij drijft. Waarvoor moet ik mij inzetten, waartoe word ik geroepen. De kerk moeten we niet omwille van zichzelf handhaven, maar voortzetten en uitbouwen tot Gods koninkrijk. Dan werken we mee, niet aan een toren van Babel, maar aan het bouwwerk van de Geest.

Preek van pastoor Remco Robinson, Pinksteren 2009

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS