Spijziging der 5000 (1)

Eerst brood geven, dan over God vertellen

Mahatma Ghandi had altijd veel respect voor andere godsdiensten, maar op christelijke zendelingen had hij ook kritiek. Het kon niet dat ze armen probeerden te bekeren zonder iets voor hen te doen. "Je moet mensen eerst brood geven, dan pas kun je over God praten." Blijkbaar hebben verkondiging en eten geven met elkaar te maken. Je ziet het aan de Alpha cursus: Men gaat samen eten én het geloof bespreken. Het Leger des heils zorgt voor zowel verkondiging als zorg. Veel christelijke organisaties en missionarissen zorgden voor zowel de armen als voor geloofsverkondiging. Toch is de verbinding tussen verkondiging en materiële hulp ook problematisch, wanneer het aannemen van geloof een voorwaarde wordt voor materiële hulp.

Jeremia 23, 1-6
Brief aan de Efeziërs 2, 11-22
Marcus 6, 30-44

Hoe kunnen we Jezus' opdracht om mensen eten te geven opvolgen?

In het evangelie van vandaag geeft Jezus ook geloofsonderricht en zorgt hij voor eten. Hij wil eigenlijk afstand nemen, maar krijgt medelijden met de mensen, want ze zijn als schapen zonder herder. Dan wil hij toch op hun geestelijke honger ingaan en geeft geloofsonderricht. De leerlingen maken zich zorgen: U moet de mensen naar huis sturen! Maar Jezus geeft hun de opdracht de mensen eten te geven. Dan komt er een jongen met vijf broden en twee vissen. Het is voor iedereen genoeg en er blijven 12 manden over. Het is een mooi wonder, maar wat is de betekenis voor vandaag? Betekent het dat we allebei moeten doen, geestelijk voedsel geven en materiële zorg? Hoe doe je dat dan als kerk in moderne Nederlandse samenleving. De materiële zorg is geregeld door de overheid via de bijstand, de ww-uitkering, de wao en de aow. Veel christelijke organisaties en congregaties zijn al opgeheven, omdat ze geen werk meer hebben. Hoe staat het met de geestelijke zorg? Die is in crisis: wie wil nog het evangelie horen? De kerk durft nauwelijks nog het geloof te verkondigen. Mensen hebben hun eigen opvattingen en er zijn veel verschillende geloven. De kerk heeft veel moeite om een relevante boodschap te formuleren voor de mens van vandaag. Is de kerk misschien overbodig geworden?

Schapen zonder herder, ook nu?

Misschien, maar in elk geval moeten we de vraag stellen of mensen nu allemaal hun eigen herder gevonden hebben. Is het werkelijk zo dat mensen zelf de weg in hun leven weten? Als we om ons heen kijken, dan zijn er genoeg mensen die met moeite zich staande houden in het leven. Zeker wanneer er crises in het leven plaatsvinden, zoals een ziekte, de dood van henzelf of de naaste. Dan hebben mensen hulp nodig. De afwezigheid van de kerken in hun leven, kan hen maken tot schapen zonder herder.

Maar er is ook nog steeds materiële armoede, zeker nu er ene economische crisis is. Genoeg mensen kunnen met moeite economisch staande blijven, hoewel gelukkig niemand echt van de honger omkomt. Maar buiten ons land is het al anders. Wereldwijd is er veel armoede. Bovendien is ons leven in rijkdom ook niet zonder problemen. We doen veel schade aan de rest van de wereld en het milieu.

Nog steeds zijn mensen als schapen zonder herder. Zoals Jeremia kritiek op leiders van Israël had vanwege hun uitbuiting en zelfverrijking, zo mogen ook wij kritiek op onszelf hebben. Wat doen wij aan uitbuiting en zelfverrijking? Misschien doen we het niet helemaal bewust, maar onze levenswijze heeft grote consequenties. We zijn geen goede herders voor elkaar.

En dat terwijl we wel die taak hebben. Jeremia verkondigt dat God zelf herder zal zijn en wij mogen geloven dat Jezus deze herder is. De zin in het evangelie van vandaag, Jezus 'voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder', legt de verbinding tussen de profetische vraag om een goede herder en het verhaal van de wonderbare spijziging. Jezus maakt in dit verhaal de profetie waar. Hij laat het volk op grazige weiden zitten en geeft ze te eten. Hij geeft eerst geestelijk voedsel en laat zich niet door de tijd ervan weerhouden om de geestelijke honger te stillen. Maar ook de materiële honger wordt gestild door het delen van brood en vis.

Er zijn belangrijke symbolen in het verhaal: Er is een verwijzing naar het Laatste Avondmaal en de eucharistie: Jezus nam brood in zijn handen, zegende het, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om uit te delen. Het beeld van samen delen en iedereen krijgt genoeg. Er zijn 12 manden over: de 12 stammen van Israël, het nieuwe volk Gods.

De pastoor van Egmond en docent systematische theologie aan ons seminarie, Mattijs Ploeger, vertelde mij dat de kerk in essentie de gemeenschap van gedoopten is, verzameld rond de eucharistie. Ze is een liturgische gemeenschap, maar niet zonder ethische en verkondigende taak. Het verhaal van de wonderbare spijziging geeft ons de betekenis en het doel van onze eucharistieviering: luisteren naar de verkondiging, het woord van Jezus. Dat doen wij ook in schriftlezingen en preek. Dan zamelen we de gaven in, spreken het dankgebed uit en delen het brood. Het beeld van de 12 manden betekent dat er in de viering een nieuwe gemeenschap is ontstaan, het nieuwe volk van God. In de eucharistie staan verkondiging en maaltijd centraal die ons maken tot Gods volk.

Het gevolg hiervan is dat er geen honger meer is, noch geestelijk, noch materieel. Daarom is de taak van ons als gemeenschap: het stillen van geestelijke en materiële honger, niet alleen van elkaar, naar binnen toe, maar ook naar buiten toe, van de wereld om ons heen. Zo komen de traditionele taken van de kerk bij elkaar: vieren, leren en dienen. We verzamelen ons rond de eucharistieviering, krijgen opdracht alle volkeren over geloof te leren en om de mensen te dienen in hun noden. Daarom moeten we de vraag aan ons stellen, niet alleen aan pastores, maar aan ons allemaal: hoe geven wij die vierende, verkondigende en dienende taak gestalte? In het dagelijks leven en als kerkgemeenschap. Enkele voorbeelden van wat we nu doen zijn: koken voor de daklozen en geld inzamelen voor specifieke doelen. Ook moeten we als kerk naar buiten treden, aandacht vragen voor ons kerk zijn, voor het evangelie. Voorbeelden zijn onze pr-activiteiten, maar ook ons werk in wijk: dat we ons kerkgebouw in dienst van het samenkomen en de bezinning van wijkbewoners stellen. Zo ontstaat er ook een gemeenschap van mensen die hier wonen. Het is onze bijdrage aan de leefgemeenschap hier. We moeten er altijd aan blijven werken, erover blijven nadenken: Wat is nu het beste om te doen?

Samen rond de tafel, op weg naar het koninkrijk

Het verhaal van de wonderbare spijziging kun je op vele manieren lezen, maar vandaag hebben we het gelezen vanuit de geestelijke en materiële noden van mensen. Zoals Jezus mensen onderricht gaf en voedde, zo zijn ook wij verzameld rond het verkondigde woord en de tafel van de Heer. We worden er zelf geestelijk en materieel gevoed, maar ook hebben we de levensopdracht herder te zijn voor andere mensen buiten onze gemeenschap. Hebben we een verkondigingstaak en moeten we zorgen voor geestelijke ondersteuning en materiële zorg aan armen en behoeftigen.

Preek van pastoor Remco Robinson, zondag van de spijziging van vijfduizend

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS