HH. Cyrillus en Methodius

Iedere generatie moet op zoek naar haar eigen vertaling

14 februari, je denkt dan niet meteen aan Cyrillus en Methodius. De jongeren zullen vooral aan een andere heilige denken, Sint-Valentijn. Helaas zijn de legendes rond Sint-Valemtijn dermate obscuur dat hij van de heiligenkalender is geschrapt. Van Cyrillus en Methodius weten we meer:

Het zijn twee broers uit Constantinopel, het huidige Istanboel,  die naar Moravië vertrokken om daar het evangelie verkondigen. Zij verzorgden een slavische vertaling van de liturgische teksten in het Cyrillische schrift. Cyrillus stierf in Rome op 14 februari. Methodius werd bisschop van Pannonië in Hongarije, waar hij het evangelie verkondigde. Hij stierf in Tsjechië en samen met zijn broer is hij in 1980 tot patroon van Europa uitgeroepen.

 

Jesaja 49, 8-13

Handelingen van de Apostelen 16, 6-10

 

Vertaal moeilijkheden

Een belangrijke stap die Cyrillus en Methodius zetten, was om liturgische teksten te vertalen in een taal die de mensen van Moravië konden verstaan. Wil je het evangelie verspreiden en met de nieuwe christenen liturgie vieren, dan moet de liturgie voor hen immers begrijpelijk zijn. Onze kerk had dat ook begrepen en heeft al vroeg een vertaling van de liturgie in de volkstaal gemaakt. Pas veel later is dit in de bredere katholieke liturgische beweging voortgezet. De Protestantse kerken hadden meteen na hun ontstaan eigen teksten ontwikkeld. De katholieke kerken bleven dichter bij de oorspronkelijke Latijnse teksten.
Hier stuiten we meteen op de moeilijkheden van vertalingen. Als u een beetje het debat tussen de Nieuwe Bijbel Vertaling en de Naardense Vertaling hebt gevolgd, dan kunt u zich misschien voorstellen dat het heel moeilijk is om een vertaling te maken die zowel trouw is aan de originele tekst en leesbaar in deze tijd. De Nieuwe Bijbel Vertaling is veel gemakkelijker om te lezen, maar bepaalde betekenissen zijn verdwenen of verborgen. De Naardense Bijbel is veel letterlijker. Iets wat nog sterker is in de Statenvertaling. Men zegt dat dit Hebreeuws Nederlands is, oftewel zo letterlijk vertaald, dat het eigenlijk geen begrijpelijke taal meer is. Het is een debat, dat zoals u zult begrijpen, ook bij de vertaling van liturgische teksten een rol speelt.
Een bepalende factor bij de vertaling van onze liturgie was de muziek. De psalmen, het Onze Vader, de geloofsbelijdenis en zelfs de aanhef van het eucharistisch gebed zijn vertaald met de zingbaarheid in het achterhoofd.  Zingbaar wel te verstaan met de oude kerkmuziek. In de praktijk leidt dit tot het wat kromme Nederlands, waar wij nu zo aan gewend zijn geraakt. Zing je bepaalde teksten niet, dan merk je meteen dat het Nederlands niet altijd lekker loopt.

Zoeken

Bij het vertalen is het dus altijd een evenwicht zoeken tussen getrouwheid aan de originele tekst, begrijpelijkheid en als het gaat om liturgie, de zingbaarheid. In het dagelijkse leven moeten we nog verder gaan. Daar spelen getrouwheid en zingbaarheid veel minder een rol. In feite is iedereen die Bijbelse of liturgische teksten leest of hoort, zijn of haar eigen vertaling aan het maken. De woorden die we lezen of horen maken we ons eigen, we proberen ze te begrijpen, in onze eigen woorden te gieten. Ook dat is een moeilijk proces, dat zich bij elke generatie en in feite bij elke individu weer voordoet. Traditioneel heeft de kerk verschillende middelen gehad om dit proces van eigen maken in goede banen te leiden. Door de preek, de catechese en herderlijke brieven probeert de kerk de juiste betekenissen door te geven. Dat is nu veel moeilijker dan vroeger. Ik hoor mensen nog wel eens vertellen hoe de catechese vroeger ging, hoe men Bijbelteksten uit het hoofd leerde, hoe lang de preken duurden en vooral hoe vaak men naar de kerk ging. Herhaling is immers een van de sterkste middelen om mensen iets te leren. Tegenwoordig lukt het in een jaar slechts een keer of 6 om catechisanten bij elkaar te krijgen, waarbij de inhoud nog leuk en afwisselend moet zijn en er dus niet al teveel herhaald kan worden. Een preek van twintig minuten wordt absoluut niet gewaardeerd en de meeste mensen wisselen kerkgang af met andere activiteiten. Dat heeft natuurlijk gevolgen voor de interpretatie en opvattingen van parochianen. Deze zullen nu veel diverser zijn dan vroeger. Bovendien is men minder gewend dingen voor zoete koek aan te nemen en wil men liever zelf denken.

Zelf zoeken

Dat laatste past goed bij wat we als Oud-Katholieken voorstaan: zelf nadenken, je eigen geweten volgen en niets zo maar aannemen. Dat is heel mooi, maar het is ook een uitdaging, een uitdaging, die we niet altijd even goed aangaan. Mij is opgevallen dat in tegenstelling tot de strengere kerken, waar de kerkleiding conservatiever is dan de gelovigen, de vernieuwing in onze kerk vaak vanuit de kerkelijke leiders komt. Met veel mondigheid wordt in onze kerk juist door de gelovigen weerstand geboden tegen vernieuwing. Is dat de mondigheid die het gevolg is van zelfstudie, eigen verantwoordelijkheid en verdieping? Vraag uzelf eens af in hoeverre u nadenkt over wat u leest, uitspreekt, zingt en hoort. Hoeveel is er niet dat u keer op keer uitspreekt zonder er bij na te denken. Zijn er niet heel veel dingen in de liturgie die we doen, waarvan we vinden dat het nu eenmaal zo hoort, omdat we het zo gewend zijn? Juist deze herkenning geeft ons een gevoel van veiligheid, maar in feite staat dat lijnrecht tegenover de mondigheid. We klampen ons vast aan die gewoontes en beroepen ons op onze mondigheid om die veiligheid te houden.
Hoe graag we ook veiligheid willen, we ontkomen niet aan de opdracht om het geloofsgoed te vertalen in eigen woorden, om ervoor te zorgen dat we het verstaan en om te zoeken, op welke wijze ons geloof ons raakt, ons iets te zeggen heeft. Dat is niet alleen voor onszelf belangrijk, maar ieder van ons moet het geloof doorgeven aan de volgende generatie. Doorgeven gaat alleen als de volgende generatie het begrijpt, snapt dat het ook voor hen relevant is en niet alleen een relict uit het verleden, een overblijfsel uit de tijd van opa en oma.

Verantwoordelijkheid nemen

Cyrillus en Methodius namen de taak op zich het geloof te vertalen in de taal van de mensen die aan hen waren toevertrouwd. Een vertaling is altijd een risico, een balans zoeken tussen letterlijkheid en begrijpelijkheid. Ieder van ons staat voor die vertaalslag, omdat we allemaal ons het geloof moeten eigen maken en omdat wij het geloof weer doorgeven aan de mensen na ons. Deze vertaalslag is eng. We zijn altijd bang iets essentieels te verliezen. We moeten dan afstand nemen van wat we zelf als veilig en vertrouwd ervaren. En toch is het noodzakelijk omdat het geloof niet iets van het verleden is en de kerk geen museum. Laten we dan met elkaar die verantwoordelijkheid nemen en het geloof voor onszelf en voor elkaar vertalen en zo ons geloof en onze kerk levend houden. 

Preek van pastoor Remco Robinson, 14 februari 2010 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS