Het woord is vlees geworden

Minder vlees?

Misschien was het wel de oplossing voor de klimaattop: Het Woord wordt vlees. Het zou heel wat CO2-uitstoot kunnen schelen als onze woorden vlees werden. Het klinkt heel vreemd, 'het Woord is vlees geworden'. Het is de centrale zin van het eerste deel van het Johannesevangelie, misschien wel de kern van het kerstverhaal. ho logos sarx egeneto, vier woorden Grieks met een hele theologie aan betekenis.

Jesaja 52, 7-10

Hebreeën 1, 1-12
Johannes 1, 1-14

Woord

Waarom zegt Johannes niet gewoon: de Zoon van God werd geboren. Waarom Jezus betitelen als 'het Woord'? Jezus staat voor een concrete persoon, hoewel ook zijn naam een betekenis heeft: 'God redt'. Waarom wil hij de Zoon van God uitdrukken als het Woord. 'Woord' heeft verschillende betekenissen, zowel binnen de wereld van het Oude Testament en het Jodendom als in de heidense, Griekse wereld.

Woorden spreek je uit. God sprak ook bij schepping. In Genesis 1, - dat ook begint met 'In het begin'... schiep God de wereld door te spreken. Johannes zegt dat God door het Woord schiep. Jezus is dus niet alleen een concrete persoon, de man uit Nazareth, maar was er al voor wereld bestond, was hetgeen door wie God schiep. God sprak ook op andere momenten, zoals tegen Mozes op berg. Het volk kreeg toen de Wet. God sprak door de profeten. In Jezus als Gods Woord klinken daarom de Wet en Profeten mee.

Ook buiten de Bijbelse wereld is 'Woord' belangrijk. 'Logos' is in het Griekse wereldbeeld belangrijk. Bij Plato was de wereld door soort god, de demiurg geschapen. Deze had een redelijk model hiervoor, de Logos. De mens heeft deel aan de Logos door zijn rede. Via de filosofie kun je dan de orde of zin van het universum begrijpen. De Logos omvat ook de onbereikbare, ideale werkelijkheid tegenover de materiële werkelijkheid die wij kennen. Johannes gebruikt dus het Griekse begrip Logos om de betekenis van Jezus als Zoon van God duidelijk te maken aan niet-Joden. Hij is de zin en het ideaal van de werkelijkheid.

Vlees

Van dit woord zegt Johannes dat het vlees is geworden. Vlees is bij ons iets wat we eten, maar in de Bijbelse wereld stond het voor de levende werkelijkheid. Qol basar in het Hebreeuws, letterlijk vertaald alle vlees, betekent alles wat leeft. In de antieke wereld was vlees het lichamelijke, tegenover het geestelijke. Johannes zegt dus van de Logos dat het een levend schepsel wordt, niet geestelijk of ideaal blijft, maar materie wordt. Johannes zegt zo dus veel meer dan 'Zoon van God'. Het ordelijke principe, noodzakelijk voor de schepping, wordt onderdeel van de schepping. God wordt dus mens met alle eigenschappen van de mens, behalve, volgens de Hebreeënbrief, de zonde.

Incarnatie

Dat wat Johannes hier zegt, is heel belangrijk, een sleutel van de betekenis van Kerstmis, in feite van het christendom. Het gaat erom dat onze God zo bij zijn schepping betrokken is, dat Hij er midden in wil staan. God wil niet alleen maar hoog verheven, transcendent zijn, maar geeft die verhevenheid in Jezus op om dichtbij de mens te zijn. Later zijn in de kerk grote discussies hierover geweest met kerkscheuringen. De vraag kwam op: Was Jezus dan echt God? Later had men de vraag: Was Hij wel echt mens? Maar de kerk houdt aan beide vast, juist om dit principe van de menswording, de incarnatie. God wordt een van ons, deelt ons mensenbestaan en is dus ook betrokken bij ons bestaan. Men zegt wel eens, door ons bestaan aan te nemen, kunnen wij bij God komen, of, wat niet in Jezus goddelijkheid aannam, kan niet verlost worden. De hele mens dus.

Incarnatorisch geloof

Dat heeft gevolgen voor het christelijk geloof: Als God het hele mensenbestaan aannam, dan mag ons geloof niet puur spiritueel zijn, dan mogen we niet alleen aandacht hebben voor het hemelse. Het gaat juist om de werkelijkheid, de grond waarop we staan. Geen delen van ons bestaan mogen we dus buiten ons geloof houden. Het geloof heeft daarom consequenties voor ons hele leven. Ook is het geloof niet alleen maar ideëel. Ook het gebrekkige, lichamelijke, ook onze tekortkomingen hebben een plaats in het geloof. Tenslotte, ons geloof omvat ons hele bestaan en daarom moet het geloof steeds weer een gestalte aannemen. Geloof kan niet hetzelfde blijven, omdat mensen veranderen. De vorm, zoals die van de liturgie, de gewaden en de gebouwen, kunnen niet hetzelfde blijven. Hier kan de gestalte niet hetzelfde zijn als aan de andere kant van de wereld. Het geloof krijgt altijd gestalte in de cultuur waarin we leven.

Het Woord is vlees geworden

Het Johannesevangelie begint niet met de geboorte van Jezus zoals bij Matteüs en Lucas. Het begint ook niet met het openbare optreden zoals bij Marcus. Het begint bij de schepping. Het begint bij het geloof dat de zin van de wereld voortkomt uit God en dat die mens wordt in Jezus. Daardoor is God niet onbereikbaar, maar in alle verhevenheid toch dichtbij ons, een van ons. Hierdoor omvat Gods redding ons hele bestaan, niet alleen het geestelijke of ideële, maar ook alle lichamelijke en donkere kanten. Tenslotte is ons geloof altijd een concrete gestalte in de cultuur. Zoals God in de eerste eeuw, in Palestina mens werd, zo moet ons geloof in onze cultuur, in onze tijd, in ons midden gestalte krijgen. Uiteindelijk gaat het over ons, wij die onderweg zijn naar God.

 Preek van pastoor Remco Robinson, Kerstmis 2009

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS