Herders

 Voordat ik met mijn preek begin, moet ik toch iets zeggen over de gebeurtenissen op Koninginnedag. Het was een schok om te zien en te horen, dat wat een leuk en gezellig feest moest worden, veranderd is in een ramp. Op vreselijke wijze zijn mensen om het leven gekomen en gewond geraakt. Dit soort gebeurtenissen roept altijd de vraag op: waarom gebeurt dit? Waarom kon dit gebeuren? U hebt van de veiligheidsdiensten wel kunnen horen dat je nooit elk risico kunt uitsluiten en tegen een dergelijke eenmansactie is niet te beveiligen. Maar de vraag gaat dieper: wat brengt een mens tot een dergelijke daad? Had dat niet voorkomen kunnen worden? Hoewel we te weinig weten over de achtergrond van de man om echt met een verklaring te komen, denk ik dat een aantal kanten wel duidelijk zijn. Deze man had duidelijke problemen, hij had zijn baan verloren en zou uit zijn huis worden gezet. Verder zei men dat hij een rustige persoon was, van wie je eigenlijk nooit iets merkte. Hij was teruggetrokken. Hij lijkt mij hierdoor iemand die in de problemen komt en geen uitweg meer ziet. Hij komt zo tot een wanhopige daad, een zelfmoordactie. Maar hij is iemand van wie je nooit iets hoorde. Bestond hij wel? Was hij wel een persoon? Is er iemand die hem zal missen? Blijkbaar ervaarde hij zelf dat hij niet gekend werd, dat niemand naar hem omkeek. Misschien is dat de reden dat hij zijn leven beëindigde op deze gewelddadige manier. Hij wilde flink laten zien dat hij wel bestond en dat de wereld hem over het hoofd had gezien. We weten nooit of iets voorkomen had kunnen worden, maar de ervaring niet gekend te worden, eigenlijk niet te bestaan, dat had voorkomen kunnen worden. Hoe? Dat heeft alles met het thema van vandaag te maken: De goede Herder.

Ezechiël 34, 1-10

1 Johannes 3, 1- 8

Johannes 10, 11-16

Het beeld van de herder is problematisch

Het thema is de goede Herder. Een herder hoedt zijn kudde. Het beeld van de herder is problematisch. Dat wordt al duidelijk in de eerste lezing. De leiders van Israël worden herders genoemd, maar God is ontevreden en belooft zelf herder te zijn voor zijn volk. In het evangelie noemt Jezus zichzelf de Goede Herder. Is dat de vervulling van Gods belofte? Maar als God zelf de herder wil zijn, kan een mens dat niet echt meer zijn. Maar hoe noemen we onze kerkelijke leiders? Pastor of pastoor, dat betekent herder. Ook aan de andere kant is er een probleem. Wie van de kerkgangers wil nog schaap zijn? Hoort bij het beeld van het schaap niet het beeld van mak? Past dat in deze tijd van mondigheid, autonomie of zelfbeschikking? We leven in een cultuur waarin niemand meer luistert naar regels van de kerk. Sommige uitspraken van kerken zijn ook moeilijk te accepteren.

Zijn kerkelijke leiders wel goede herders?

Kijken we naar de pastores van vandaag, dan kunnen we ons afvragen of de kerk van vandaag anders is dan de slechte herders uit Ezechiël? Is de kerk tegenwoordig niet vooral bezig met overleven? Beperkt haar zorg zich niet vooral tot de kerkbetrokkenen? Misschien zijn dat wel de spiritueel vette schapen van vandaag, terwijl we de armen verwaarlozen, de mensen die aan rand van kerk staan. Is er wel voldoende zorg voor voor de geestelijk zieken, de gewonden, de verjaagden? Wat doen we voor onkerkelijken die geen weg in hun leven vinden, voor eenzamen die snakken naar betrokkenheid. Door de druk om het eigen voortbestaan is er weinig aandacht voor het missionaire van de kerk. Die meneer T. Karsten woonde in mijn parochie, in een dorp naast mijn woonplaats. Feitelijk is het onmogelijk als pastoor om de problemen van alle mensen in de parochie te zien, zeker in een parochie zo groot als de Arnhemse. Toch hebben we als kerken, als herders deze man niet gezien en is hij niet in staat geweest richting en hulp te zoeken bij de kerk.

Niet alleen pastores zijn herders

Maar met herders wordt meer bedoeld dan alleen de kerkelijke leiders. Eigenlijk wordt sinds de profetie van Ezechiël de term 'herder' alleen voor God en de messias gebruikt. Jezus presenteert zich als de Goede Herder. Wij als gedoopten leven in de voetsporen van Jezus en zijn dragers van Gods Geest. Daarom hebben wij allemaal een herderlijke taak. Alle gedoopten niet alleen pastores, zijn herders. In het begin van de Bijbel stelt God al de vraag aan Kaïn: Waar is je broeder? Hij antwoordt: "Ben ik soms mijn broeders hoeder?" In de geest van het evangelie moeten we zeggen: Ja, je bent de hoeder van je broeder en zuster! Iedere christen is herder voor haar mede-christen en heeft als taak de zorg voor elkaar. Als elkaars herders moeten we elkaar bij naam kennen en niet wijken voor gevaar, ons leven geven voor de ander. De christelijke gemeenschap is dus geen kudde makke schapen, maar bestaat uit mensen met een eigen verantwoordelijkheid. De Oud-Katholieke Kerk heeft van oudsher veel aandacht voor het geweten en de eigen verantwoordelijkheid. Zij heeft een tijd geleden de uiterste consequentie hiervan getrokken: de bisschoppen delen hun macht met pastores en leken. De kerk wordt zo een gemeenschap van mensen, betrokken op elkaar, die elkaar kent en voor elkaar zorgt. Dit is niet alleen de taak van de pastoor, maar van de hele gemeenschap.

Leiding geven aan de wereld

De kerk loopt zo wel het risico in zichzelf gekeerd te raken. Maar herder ben je niet alleen voor mensen binnen de gemeenschap. We moeten ook leiding geven aan de wereld. Door te getuigen in woord en daad mogen we aan andere mensen laten zien waar het in het leven om gaat, wat de goede richting is. We moeten opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, in de wereld, Opkomen voor gerechtigheid en vrede. Dat is de taak van de kerk. In deze dagen zo kort voor de viering van 4 en 5 mei is het belangrijk te weten dat de katholieke bisschoppen in Nederland protesteerden tegen de Jodenvervolgingen. Ook nu nog is het de taak van de kerk, van haar leiders, maar eigenlijk van ons allemaal.

Elkaar hoeden

In deze tijd van zelfbeschikking en zelfstandigheid is de herder een moeilijk beeld. Het is moeilijk om leiding te ontvangen, jezelf als een mak schaap te zien. Vanuit de Bijbel is er veel kritiek op haar leiders. Dat mogen kerkelijke leiders van nu zich ook wel meer aantrekken. Maar als God zelf herder wil zijn, als Jezus de Goede Herder is, hebben wij de taak als zijn volgelingen herders voor elkaar te zijn. Dat betekent de zorg voor medegelovigen, maar ook een herderlijke taak in de wereld. Als kerk hebben we de verantwoordelijkheid op te komen voor onderdrukten, voor de vrede en gerechtigheid.

Elkaar bij naam kennen

Met de ramp in Apeldoorn in het achterhoofd wordt de uitspraak van Jezus dat hij de Goede Herder is en zijn schapen bij naam kent, heel belangrijk. Voor Jezus is niemand naamloos, is iedereen dus een persoon, gewenst en gekend. Als christenen hebben we ook de taak elkaar bij naam te kennen, mensen persoon te laten zijn en niet maar een deel van de massa. Wanneer we op deze wijze elkaars herder zijn, dan kan iemand niet meer een schijnbestaan leiden. Dan kan niemand zodanig ontsporen dat hij geen uitweg meer weet, want hij weet dat er nog altijd mensen zijn die hem willen kennen en respecteren.

Zijn we hier in Arnhem al een gemeenschap? Kennen we elkaar? Sommigen kennen we wel, anderen niet. Zelf zou ik graag u leren kennen. Dat kan door koffie te drinken straks, maar ook kunnen we op andere manieren groeien als gemeenschap. Dat wens ik ons toe.

Preek van pastoor Remco Robinson, vierde zondag van Pasen

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS