Preek: Pinksteren 2016

Broeders en zusters

Als Pasen en Pinksteren op één dag valt… dan

Voor de evangelist Johannes valt Pasen en Pinksteren op één dag. We lezen op deze Pinksterzondag over de avond van de eerste dag, over de avond van Pasen. Als gelovigen hebben wij vanaf Pasen geleefd in die eerste dag!

Het was een lange dag geweest, die eerste dag van het Licht.
Die eerste dag van het nieuwe leven.
Die eerste dag die in de tuin was begonnen, duurt maar voort.
Het is dag geworden, voor Jezus, voor zijn gelovigen, voor zijn kerk. Maria is erbij geweest, Simon Petrus en de andere leerling van wie Jezus veel houdt, andere leerlingen, alle leerlingen.

Wij allen hebben die dag van licht en leven meegemaakt,
nog sterker: wij allen zijn mensen van die dag en leven bij dat Licht.
Wij zijn mensen van Pasen, mensen van de- dood- overwonnen.

Maar uiteindelijk wordt het ook deze dag weer avond.
Het licht verdwijnt langzamerhand. De eeuwigheid is nog niet aangebroken, de duisternis heerst ook nog op deze aarde.

Als gelovigen hebben wij te maken met deze wereld, waarin het soms lijkt alsof er niets is veranderd door Jezus’ opstanding. Als gelovigen hebben we te maken met de tegenkrachten, met de duisternis.  Als gelovigen hebben we te maken met de overwinning van de dood, maar tegelijk met het leven op deze aarde; opgaan, blinken en verzinken.

We hebben te maken met duisternis, de avond valt over ons leven.
De avond valt over de wereld.  We hebben de maken met de realiteit van alle dag. Van alle andere dagen.

Zelfs de eerste dag heeft een avond.

Maar deze avond, deze nacht gaan de gelovigen anders in. Namelijk met vertrouwen dat het goed komt. Dat het Licht weer komt.
We zijn bestand tegen de werkelijkheid van alle dag, dankzij het Licht van de eerste dag.

De deuren zijn gesloten uit angst voor de Judeeërs, of anders vertaald: door de angst van de Judeeërs. Wie is nu bang voor wie?

Zijn de apostelen bang voor de Judeeërs? Ongetwijfeld, ze hadden alle reden om bang te zijn. Ze hadden zich tegen Jezus’ boodschap gekeerd, ze zullen zich zeker ook tegen de boodschappers keren. Ze zullen uit de synagoge worden verbannen, en dus uit het maatschappelijk leven. Eigenlijk werd men dood verklaard, zeker in sociaal opzicht, in fysiek opzicht is het niet uit te sluiten.

Gelovigen hebben altijd te maken met de vijandschap van de wereld. Gelovigen hebben altijd wel een reden om bang te zijn voor de wereld. Of zijn de Judeeërs bang voor de apostelen?
Zoals Johannes het onder woorden brengt, is dat ook mogelijk.

 We zien het vaker: de machtshebbers worden geleid door angst.
Zij zijn net zo bang voor het volk, als andersom. Zij zijn net zo bang de controle te verliezen als hun slachtoffers. Alles kan een bedreiging zijn voor hun macht.

En die kleine groep apostelen, die grotere groep gelovigen, volgelingen van Jezus Christus, is een bedreiging voor ze. Gelovigen zijn altijd een bedreiging voor dat soort machthebbers. Als het nu niet is, dan later wel als de boeken worden geopend.

Nu nog zijn de deuren gesloten uit vrees voor de Judeeërs, de deuren zijn gesloten uit vrees van de Judeeërs.

De gelovigen zijn er! Wellicht onopvallend, maar dat ze er zijn, is genoeg, Jezus staat in hun midden.

Is dat niet de kern van onze kerk?
Dat Jezus, de Levende in ons midden is?

We doen niet aan dodencultus. We herinneren niet ons niet een dode Jezus, we vieren een Opgestane Heer. Zelfs de eucharistie is niet in eerste plaats een herinnering aan iemand die leed, en stierf, maar het feest van Zijn Leven. Precies daarom zeggen wij, belijden wij dat Hij aanwezig is bij deze viering. Midden onder ons, is Hij!

Hij zegt: Vrede zij u!
Een dagelijkse groet uit die tijd, niet veel meer dan: goedenavond!
Alsof er niets veranderd is, groet Jezus zijn leerlingen.
Maar omdat alles veranderd is, klinkt deze groet ook anders.

Vrede zij u!
De dagelijkse wens wordt gevuld met de belofte: vrede, alles is goed gekomen. Nu is alles en iedereen op z’n plaats.

Dat alles anders is geworden, laat Jezus zien in zijn lichaam,
Hij toont zijn wonden aan de apostelen. Wellicht om hen te overtuigen dat Hij het toch echt zelf was. Dat ze hem aan het kruis hebben zien hangen, en dat hij opnieuw bij hen is. Hij laat hen zijn wonden zien om hen te helpen geloven.

Hij laat zijn wonden zien aan zijn handen en in zijn zij. Met zijn handen heeft hij zoveel goeds gedaan, zoveel mensen genezen, zoveel brood gedeeld. Aan zijn zijde herkennen ze de ware Adam, de ware mens. Hij draagt het litteken nog in zich.

Deze wonden zijn de borg voor de vrede die Hij brengt. Deze wonden zijn de borg voor het Licht. Zie, hij heeft zich met lijf en leden ingezet voor zijn leerlingen. Voor zijn mensen, voor de gelovigen. Voor de wereld

De leerlingen worden verblijd, je zou je kunnen voorstellen dat ze schrikken van de littekens, dat de angst hen om het hart slaat: wat kunnen wij verwachten. Zo heer, zo knecht!

Maar niets van dat alles; ze zijn blij omdat de Heer in hun midden is.
Het is een blijdschap die duurt, ook als het avond wordt.

Zoals de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook u.
Iedereen zal bevestigen dat het een taak van de kerk is om gezondene te zijn. Zending en missie horen bij de kerk, zeker op het Pinksterfeest, het missie feest bij uitstek. Zoals eens alle mensen in Jeruzalem het evangelie hoorden in hun eigen taal, zo zullen alle volken op de aarde het evangelie horen in hun eigen taal!
Wat gaan we doen?

Eerst wordt er wat met ons gedaan. Jezus blaast en zegt: Ontvang de heilige Geest! Aan het kruis gaf Hij zijn Geest aan zijn Vader, nu blaast Hij zijn Geest op zijn volgelingen.

Die Geest, die laatste adem, toen hij stierf aan deze wereld, toen hij stierf aan het onrecht, aan de zonde, aan de dood, deze Geest wordt ons ingeblazen. Wij worden betrokken op die zaak tussen leven en dood, tussen hemel en aarde, tussen Licht en duisternis, tussen God en de machthebbers van nu.

In dat kader lezen we ook de woorden over zonde, over vergeving en over niet- vergeven. Wij zijn God niet. Wij zijn Jezus Christus niet. Maar we delen wel in zijn leven, in zijn zending, in zijn Geest. En dus in zijn macht over de zonde.  En we lezen hier zonde in dat grote kader van Johannes’ evangelie. We doen mee in de strijd én in de overwinning van de duisternis, van de machten van deze wereld, de macht van de dood, de macht van de angst. Het licht van de eerste dag zal ons begeleiden. Amen.

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS