Preek op 24 augustus 2014 over H. BartolomeŘs.

 

Lezingen: Deut. 18:15-18, 1 Korinthe 4:9- 16, Lucas 22: 24- 30

.

Zoals het weer op Bartolomeüs is, blijft ’t gans de herfst gewis.

Een oude weerspreuk, waarvan ik hoop dat het niet opgaat dit jaar. Want dan krijgen we wel een heel natte herfst. We zullen zien.

Het is de naamdag van de heilige Bartolomeüs, 24 augustus. Bartolomeüs is niet één van de bekendste discipelen van Jezus, in de drie evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas springt hij er niet uit als bijzondere leerling. Hij staat simpelweg vermeld in de lijst van de 12 discipelen, altijd in combinatie met Filippus.

Er zijn allerlei redenen om aan te nemen dat hij met een andere naam bekend is geworden in het vierde evangelie, dat van Johannes. In het tweede hoofdstuk wordt de roeping van Filippus, én Natanaël beschreven. Heb je weer die combinatie! Natanaël uit het Johannes evangelie en Bartolomeüs uit de andere evangeliën is waarschijnlijk dezelfde man.

Dan weten we weer iets meer dan deze Natanaël respectievelijk Bartolomeüs. Het is een heel eigen roepingsverhaal.
Het begint zo: Jezus besluit naar Galilea te gaan. Hij ontmoet Filippus en zegt tegen hem: Ga met mij mee! Het antwoord van Filippus wordt niet vermeld, we kunnen er van uit gaan dat hij simpelweg de uitnodiging heeft aangenomen.

Filippus ontmoet in de stad Natanaël en zegt: we hebben de man gevonden over wie Mozes heeft geschreven in de wet. Over wie de profeten ook hebben gesproken. Het is Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.

Dan klinken de woorden die Natanaël/Bartolomeüs beroemd hebben gemaakt: Kan er uit Nazareth iets goeds komen?
Kijk dan zelf maar!
Natanaël gaat naar Jezus toe.
Jezus ziet hem aankomen, en zegt: Een echte Israëliet waarin geen bedrog is.

Waar kent u me van?, vraagt Natanaël.

Jezus zegt: Ik had je al gezien toen je onder de vijgenboom zat.

Natanaël zat als echte Israëliet niet te luieren onder de vijgenboom. Hij las de boeken van Mozes, hij las de woorden van God die zijn doorgegeven door de profeten. Onder de vijgenboom zitten, houdt in dat je Gods nabijheid zoekt, zijn vrede, je openstelt voor zijn woorden.

Niet voor niks komt dat in het korte gesprekje tussen Filippus en Natanaël al aan de orde: Jezus is de mens over wie Mozes het heeft, over wie de profeten al spreken. Ze zijn kenner van de Schrift! Niet alleen van ‘de buitenkant”, dat ze de teksten kennen.

Ook van de binnenkant: ze leven met Gods woord in het hart.

Jezus komt niet volslagen onverwacht “uit de lucht vallen”, hij werd verwacht door de echte Israëlieten. Jezus is niet los te zien van alles wat daarvoor tussen God en zijn volk is gebeurd.  De echte Israëlieten, de gelovigen, de geroepenen, weten dat Hij komt. Dat Hij de Messias is. Dat weten ze uit het Woord.

Wat is geloven? Wat is geroepen worden? In dit roepingsverhaal komen we elementen tegen die elke gelovige kan herkennen.
Wat is een volgeling van Jezus worden? Hoe gaat dat?

Natuurlijk, het kan een gevoel zijn, een bliksem die inslaat zoals bij Filippus die aan vier woorden genoeg had. Een moment dat je leven verandert.

Maar nooit los van de Schrift. Nooit los van Mozes, nooit los van de profeten. Nooit los van de verwachting van de Israëlieten. Nooit los van de lange geschiedenis die God met zijn volk is gegaan.

Dit is Jezus over wie Mozes sprak, over wie de profeten verkondigden.

Als wij geloven, voegen we ons in die lange traditie. Geloven doe je altijd in een gemeenschap met mensen die je zijn voorgegaan. Met Abraham en Sara als onze voorouders in het geloof, met Mozes die ons God heeft leren kennen als een Bevrijder. Met de profeten die ons steeds weer terug brengen bij Gods Woord. Niet voor niks lezen we elke zondag uit het eerste testament.

Een echte Israëliet in wie geen bedrog is.

Een compliment. Men gaat er van uit dat hij op het moment van roeping nog een jonge man is. Wellicht nog niet zo gehard door het leven, met eelt op z’n ziel. Want als je ouder wordt, ervaar je wel dat je niet altijd oprecht, en dus kwetsbaar kunt zijn. Want dan ga je er aan onderdoor.

Of zou het tóch kunnen: gelovigen, geroepenen in wie geen bedrog is?
Mensen uit één stuk, mensen die betrouwbaar zijn?
Mensen van wie hun “ja” ook werkelijk “ja’ betekent en voor hun “nee” geldt hetzelfde. Om maar eens alvast een tekst te citeren die over een paar weken aan de orde komt.

Betrouwbare mensen, mensen die staan voor wat ze geloven, en voor wat ze verwachten. Betrouwbare mensen, omdat ze geroepen zijn door een betrouwbare God.

Mensen in wie geen bedrog is, omdat ze geroepen zijn door een God die ons nooit zal bedriegen. Zou het kunnen? Zouden wij het zijn?

Hoe kent u mij?, vraagt Natanaël.

Ik kende je toen je onder de boom zat, toen je bij God vertoefde.

Een beangstigende gedachte dat God alles van ons weet? Ook de dingen die we liever voor onszelf houden? Gedachten zijn vrij, zeggen we dan. Dat is ook zo in onze wereld. Gelukkig kunnen de meeste mensen geen gedachten lezen.

Maar God wel?

Ik ken je al van toen je nog onder de vijgenboom zat.
God, gij kent mij en gij doorgrondt mij. Vanaf mijn vormeloos begin. Psalm 139!

Het is tegelijk een diep verlangen van mensen om gekend te worden. Dat je ergens, bij iemand, bij God, zo kunt zijn als je bent. Dat iemand weet van je liefde en van je vragen, van je vreugde en van je pijn. Van de blijde dagen in je leven, maar ook de butsen en de deuken kent die je hebt opgelopen.

Daarom is vriendschap die al jaren duurt, vaak zo waardevol. Daarom is de ouderdom vaak ook eenzamer. Omdat er niemand meer is die weet heeft van lange jaren en wat daarin allemaal is gebeurd. Er is niemand meer met wie je de herinneringen kunt delen.

Als we lezen dat God ons kent, lezen we tegelijk dat Hij ons liefheeft.

Eén van onze hoogleraren dogmatiek zei altijd: ik ken mijn vrouw, en dat is meer dan dat ik weet dat ze bestaat. Zo is het ook met God; hij kent ons omdat wij zijn schepsel zijn, omdat we van Hem zijn. En Hij heeft ons dus lief!

Ik ken je, zegt God, als je onder de vijgenboom zit. Maar ook als je wellicht verdwaald bent. Als je mijn woord leest, maar ook als je je teleurgesteld je hebt afgekeerd.

Natanaël/ Bartolomeüs wordt één van de leerlingen van Jezus. Volgens de traditie verkondigt hij het evangelie in de landen om Israël en sterft hij een verschrikkelijke marteldood. Zijn huid zou eerst gestroopt zijn, waarna hij gekruisigd is.

De attributen die bij hem horen, zijn een mes en een boek. Hij is ook afgebeeld met een stuk van zijn huid los.

Hij is de beschermheilige van de leerlooiers en schoenmakers geworden.

Bartolomeüs, op een bijzondere manier geroepen om Jezus te volgen. En de enige mogelijkheid om die roeping in te vullen, was: Jezus verkondigen.

De leerlingen van Jezus, zoals Bartolomeüs, zijn alleen maar geroepen om apostelen, verkondigers te worden. De lezingen van vandaag benadrukken dat allemaal. Gods Woord moet verkondigd worden. Door de profeten.

Jezus, Gods vleesgeworden Woord, moet verkondigd worden.

Door de geroepenen, door de gelovigen. Dat is de manier waarop het werkt.
Dat er gelovigen zijn, die in alle bescheidenheid,
zoekend naar de laatste plaats,
dienstbaar,          Gods Koninkrijk verkondigen.

Zo ging het bij Bartolomeüs, zo gaat het bij ons.

Tot in het Koninkrijk, waar we met de Heer aan tafel zitten.

.

.

Joke Kolkman

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS