Preek Zondag 15 juni - n.a.v. Exodus 34 en MatteŁs 28

Lezingen: Exodus 34: 4-9 en Matteüs 28: 16- 20

 

Zusters en broeders,

 

Het is vandaag zondag Trinitatis, zondag van de drie- eenheid. De term roept nu niet meteen iets op van: joepie, we gaan feest vieren vanwege de Drie- eenheid.

Ik las dat in Engeland er plaatsen zijn waar men rond danst om de vreugde van de Drie-eenheid te vieren. Ik zie mezelf en u nog niet rond huppelen vanwege het dogma van de Drie-eenheid. Maar misschien voel ik dat verkeerd aan.

Het lijkt, en is natuurlijk ook een bedachte constructie om Vader, Zoon en Heilige Geest bij elkaar te houden, en toch tegelijk een eigen plaats te geven. Dergelijke uitspraken ontstaan meestal als er discussie is over een onderwerp, dat geldt in dit geval van de heilig Triniteit ook. We houden er aan vast, ik kom er aan het einde van de preek nog op terug.

 

Ik word wel vrolijk, blij van de lezingen van vandaag Toen ik deze week de lezingen voor vandaag doornam, begon het bij mij te tintelen. Wat een prachtige woorden, wat een troost. Wat een belofte!

Elke zin, elk woord heeft een heel verhaal in zich.

Om mee te nemen in het leven. Om ­nooit meer te vergeten.

 

We gaan de teksten maar gewoon eens langs, ik zal wat opmer­kingen maken, en op die manier de woorden zelf alle ruimte geven om tot ons te komen, tot ons door te dringen. Ik concentreer me hierbij op de lezing uit het evangelie en de verzen uit Exodus.

 

Ik begin met de lezing uit het evangelie.

Voor Matteüs is het Pasen, Hemelvaart en Pinksteren op een dag. Hij vertelt over één verschijning van Jezus na zijn opstan­ding, namelijk aan de vrouwen. Ze krijgen dan de opdracht aan de discipelen door te geven naar Galilea te gaan. De discipelen zien Hem niet meer. Tot nu, in Galilea.

In Galilea, waar Jezus hen heeft onderricht. Naar de plek waar alles wat Jezus leerde, nog vers in het geheugen ligt. Elke steen, elke straathoek, elke boom roept wel herinneringen op aan woorden van Jezus, daden van Jezus. Als Jezus ergens dichtbij is, dan is het wel juist daar in Galilea.

 

Op de berg, natuurlijk, de berg van de Bergrede van Matteüs. De berg van de Thora. De berg waar God altijd heel dichtbij is. De berg van het verbond.

 

Op de berg aanbidden de leerlingen Jezus. En sommigen twijfelen nog.

 

Hoe herkenbaar. Er zijn mensen met een sterk geloof, een groot vertrouwen. Er zijn twijfelaars, tobbers, die het nooit hele­maal zeker weten. Een mens gelooft, een mens twijfelt. Soms tegelijk.

 

Zelfs onder de hele kleine intieme kring van leerlingen van Jezus komt twijfel voor. Nergens in de Schrift, dus ook hier niet, worden mensen opgehemeld. Het blijven gewone mensen, die aanbidden en twijfelen.

 

Ze krijgen wel allemaal dezelfde opdracht: om alle mensen tot Jezus leerlingen te maken en te dopen. Dan wordt er geen onderscheid gemaakt tussen aanbidders en twijfelaars. Er wordt niet gezegd: de twijfelaars moeten eerst nog groeien in geloof voordat ze aan de gang kunnen. En aan de aanbidders wordt niet een extra opdracht gegeven omdat ze zo goed zouden zijn: nee, aan allen dezelfde opdracht: maak alle volken tot mijn leer­lingen en doopt hen.

Door de wereld gaat een woord!

 

Het zijn er elf. Want Judas is niet meer.

Het verlies van Judas is niet meer goed te maken.

Die lege plek blijft, en wordt ook benoemd, zelfs op deze heel bijzondere dag in het evangelie van Matteüs. Het is fout gegaan met Judas.

Wonden in een mensenleven, in het leven van Jezus, wonden ook in het leven van de andere leerlingen. Zo blijven de littekens. De beschadigingen die het leven en deze wereld aanrichten, zijn niet zomaar voorbij.

Het zijn er maar elf.

 

Jezus zegt: Mij is alle macht gegeven, in de hemel en op de aarde.

In het begin van het evangelie was Hem ook alle macht aange­boden: door de duivel himself. Via de korte route: even op de knieën voor de duivel, en dan zou Jezus alle macht krijgen. Jezus kon de verzoeking weerstaan.

 

Nu heeft Hij werkelijk alle macht, vanuit de hemel. Van God zelf. Via de lange weg van dienstbaarheid, van zichzelf ver­liezen. Van ondergaan én opstaan.

 

 

Ga op weg en leer hun dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. Dan gaat het niet om leerstellingen.

Het gaat niet om belijdenissen op papier die je ondertekent. Of uitspreekt.

Het gaat hier om navolging.

Om de weg die je gaat. Om de keuzes die je maakt.

Om wat je leeft.

Het gaat om het volgen van de manier waarop Jezus heeft geleefd. Liefdevol en barmhartig, radicaal in het goede, en even radicaal in het afwijzen van het kwade. Nooit de makkelijke weg, altijd Gods weg.

Leef maar gewoon elke dag op Jezus manier.

En voor die weg belooft Jezus: ik ben met jullie tot aan de voltooiing van deze wereld.

 

Ik wil ook nog wat zeggen over de tekst uit Exodus. Al klinkt het misschien wat raar: zo heel verschillende Bijbelgedeelten, toch lijken ze qua inhoud sterk op elkaar.

De tijd komt overeen: na Exodus en na Pasen.

De plaats komt overeen: de berg.

De belofte komt overeen: Ik ben bij jullie.

 

In Exodus gaat het over de 2e keer dat Israël de verbondswoorden, de 10 geboden op de stenen platen ontvangt.

Toen Mozes de eerste keer de berg op was, duurde het allemaal te lang. Het volk had intussen een gouden kalf gemaakt. Ze hadden niet genoeg aan een God van woorden, van beloftes. Mozes gooit de platen kapot in zijn woede en zijn teleurstel­ling. Maar het volk komt tot inkeer. De Heer is bereid het volk een tweede kans te bieden.

 

Wat mij opviel bij de lezing is, dat Mozes zelf de platen moet uithouwen en meesjouwen de berg op. Ik had het me nooit eerder zo gerealiseerd. Eigenlijk vind ik wel een mooi beeld voor hoe het zit tussen God en mensen.

Wij slepen de stenen tafelen mee, in figuurlijke zin dan, en Hij vult ze met zijn woorden van trouw.

Het is niet niks wat daar boven op die berg gebeurd; God en mens zo op elkaar betrokken. Zo dichtbij, zo vol liefde.

 

En de Heer stelt zichzelf voor: Ik ben de Heer.

Ik ben liefdevol, genadig, geduldig, trouw en waarachtig. Die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld en zonde vergeeft.

Maar niet alles ongestraft laat.

 

Liefdevol.

Daar begint Hij mee. Want dat is het belangrijkste.

Voor Hem en voor ons.

Lastiger is het vervolg; Hij vergeeft én laat niet ongestraft.

De fouten van de ouders moeten worden betaald door de kinderen. Het lijkt oneerlijk, hoe kun je kinderen aankijken op wat hun ouders hebben gedaan?

Tegelijk; dat gebeurt er als je om je heen kijkt. Dat gebeurt er in deze wereld. De gevolgen van menselijk handelen zijn zichtbaar bij hun kinderen, fouten uit het verleden hebben gevolgen voor de toekomst. Wij staan ergens in de lijn van geslachten, en dat kan pijn veroorzaken. Omdat je ergens vandaan komt waar het niet goed was. Het maakt onze verantwoordelijkheid voor de toekomst alleen maar groter.

 

Hij vergeeft en laat niet ongestraft.

God kan het kwade aan. Hij draagt het. Hij vérdraagt het.

Waar wij mensen het soms niet uithouden bij pijn of verdriet, bij onrecht, bij gruwelijkheden, houdt Hij het wel uit.

Wij zeggen misschien wel eens; ik kan er niet meer tegen, al die beelden op het journaal. Vanavond wil ik het niet meer zien.

Wij zegen wel eens: even niet de klaagzang of het verhaal over verlies en pijn van deze of gene. Ik weet niet wat ik zeggen moet. Ik kan hem of haar niet helpen, kan het niet opbrengen dichtbij iemand te blijven in verdriet of angst.

Ik draai mijn hoofd om bij het zien van gruwelijke massamoor­den.

De Heer verdraagt het kwaad. Verdragen, en dan nog een stap verder gaan; ook het kwaad weg dragen. Vergeven.

 

Ik had beloofd nog even terug te komen op het dogma van de Drie-eenheid. Ik heb er namelijk een plaatje bij. Beate Heinen heeft een schilderij gemaakt over de Drie- eenheid. Een plaatje in het verlengde van de preek van vandaag. Een hand, Gods Vaderhand met daaroverheen een Duif, brengt het goddelijk Kind naar omlaag. Om de gevangen mens vrij te maken.

Dit is de Drie- eenheid. 

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

.

.

.

Joke Kolkman

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS