Preek van 18 mei 14 over Johannes 14

 

Kleine kinderen hebben vaak behoefte aan troost. Kleine kind­eren kunnen in de wieg al huilen om onbegrepen verdriet, pijn of honger. Ze willen, en krijgen aandacht.

Als kinderen groter worden, blijft die behoefte aan troost.

Als ze zijn gevallen, krijgen ze een kusje op de knie en dat helpt !

De kleine verdrietjes doen pijn, het kost tranen om groot te worden.

Pesterijen op school, een auto-tje dat stuk gaat, ruzie met een vriendin, niet doorgaan van een logeerpartijtje, ziek zijn als er een verjaardagsfeestje is, maar ook een hond die wordt overreden, en de geliefde oma die overlijdt, het zijn de dingen die kinderen meemaken en waarvoor ze troost zoeken. Ze zoeken troost, geruststelling dat oma nu misschien wel dood is, maar dat hun ouders nog lang voor ze blijven zorgen, geruststelling dat ze misschien wel ruzie hebben met een vriendin, maar dat hun moeder van hen blijft houden, trouw dat ze op hun ouders kunnen rekenen.

Maar ook volwassenen hebben soms behoefte aan troost.

Wij allen hebben behoefte aan troost bij verdriet of pijn, als we ons zwak of eenzaam voelen. Wij allen hebben er behoefte aan letterlijk of figuurlijk weg te kruipen, sterkte en kracht en nabijheid van de ander te ervaren als we er zelf niet meer tegen op kunnen.

Troost !

Mensen zoeken troost bij elkaar, in woorden die je kunnen raken, een blik die veelzeggend is, een samen zwijgen en zo contact hebben, in stilte, een hartelijk en hartverwarmend gebaar, een vertrouwde omhelzing. Mensen zoeken troost bij elkaar.

Mensen zoeken troost in de kerk, in de Schrift, in hun geloof.

Mensen zoeken ook troost bij God.

Want als je goed luistert, hoor je door de woorden van Bijbel, van een lied, van een gebed, van een overweging, de troost van God zelf. Dwars door alles heen spreekt God. Hij troost.

Als de bodem uit je bestaan is weggerukt, of wankel lijkt om welke reden dan ook,

als je het gewoon even niet meer aankan, en de wereld een grote en boze wereld is geworden,

als je niet meer aankunt wat er van je wordt ge­vraagd, dan kun je behoefte hebben aan kracht van boven.

En wie maakt dan een onderscheid tussen grote en kleine pro­blemen, belangrijk en onbeduidend verdriet?

Ieder mens heeft zijn of haar eigen last te dragen, kijken naar de buren, kan helpen in het relativeren van je eigen zorgen, maar ieder heeft z'n eigen pakkie-aan.


 

Troost, wellicht hebben we dat het hardst nodig op het moment dat we geconfronteerd worden met de laatste en hardste vijand van het leven: de dood. Dan worden wel eens deze woorden gesproken:

Uw hart worde niet ontroerd, in het huis van Mijn Vader zijn vele woningen.

Een tekst die troost biedt: voor hem of haar die ik af moest staan, is er ruimte bij God.

Of: nu ik zelf wordt geconfron­teerd met de situatie dat ik afscheid moet nemen van het leven, en van mijn dierbaren, geloof ik dat er ruimte is bij God. Ruimte die gevuld is met Gods liefde en trouw. En dit woord uit Joh. 14 kan troost bieden. En heeft ook veel mensen tot troost gediend.

Woorden van troost voor hen die achterblijven, zo zijn ze ook door Jezus uitgesproken; ze zijn een onderdeel van zijn af­scheidsrede. Hij verkondigt dat Hij terug gaat naar zijn Vader, Hij verkondigt de weg naar het leven, en de discipelen moeten Zijn weg zien te volgen. Het is een troostwoord voor allen die achterblijven, zijn discipelen op aarde, de mensen die Zijn weg wensen te gaan.

Uw hart worde niet ontroerd, in het huis van Mijn Vader zijn vele woningen, anders zou ik het U gezegd hebben.

Woorden die waar en betrouwbaar zijn, woorden die waar moeten worden.

Woorden die ook een opdracht inhouden. Voor Zijn discipelen, voor allen die op aarde achter blijven.

Woorden die spreken van een thuis, want waar zou je je beter thuis voelen dan in het huis van Jezus' Vader, dus onze Vader ?

Is dat ook niet wat mensen zoeken?

We noemen het troost. We zouden ook kunnen zeggen; een plek waar je je thuis voelt, veilig, waar het betrouwbaar en goed is, een plaats waar liefde heerst.

Jezus belooft hier aan zijn discipelen een plek waar ze thuis kunnen komen: In het huis van Zijn Vader.

Een belofte voor achterblijvers, een belofte voor ontheemden, thuislozen, en dat is nog veel erger dan dakloos zijn.

En de weg daar naartoe? Jezus geeft de richting aan:

Hijzelf is de richting. Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

Woorden uit eerdere hoofdstukken van het Johannes- evangelie komen terug.

Ik ben de weg, de weg kwam in de nacht met Nico­demus aan de orde.

Ik ben de waarheid; in het gesprek met de Samaritaanse vrouw bij de bron kwam de vraag naar de waarheid aan de orde. Wat is waarheid, nee, wie is waarheid. En zij heeft het begrepen.

Ik ben het leven; bij de opwekking van Lazarus werd duidelijk hoe betekenisvol die woorden zijn.

Nog is het abstract voor de achterblijvers:

Filippus vraagt er nog eens naar. Heer, hoe komen we bij Uw Vader?

Waar is die God, hoe komen we daar ook?

Kunt u meer waarheid over Hem vertellen?

We weten nog te weinig, we hebben te weinig theologische bagage, te weinig kennis en inzicht.

Jezus gaat er niet op in.

Want voor de achterblijvers, voor de gelovigen heeft geloof meer te maken met de moed om de weg te gaan, dan met kennis en kunde. Niet voor niks noemden de eerste christenen zich: mensen van de weg. Dat zijn wij nog steeds!

 

We zijn gewend aan een tonton: over 400 meter rechts af slaan, bij de rotonde rechtdoor, 2e afslag.

Jezus’ aanwijzingen over de weg die we kunnen gaan, hebben een ander karakter.

Er zijn gelovigen die vol houden dat de weg van een gelovige inderdaad veel lijkt op de weg aangewezen door een tonton: dit mag wel, dat mag niet. Vooral binnen de lijntjes leven! Niet afwijken!

Want oh wee, als je afdwaalt, dan val je buiten boord.

Ik lees deze tekst uit Johannes 14 anders; Jezus duidt zijn weg met woorden als waarheid en leven.

Met woorden als barmhartigheid en recht. Dat zijn de contouren van de weg die gelovigen gaan.

Met in de berm troost!

Geen piketpaaltjes, wel de uitnodiging om op zoek te gaan.

Om dan uit te komen bij het huis van God zelf, Waar we thuis zullen zijn.

 

.

.

Joke Kolkman 

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS