Preek van zondag 23 maart 2014 - (Derde zondag in de Veertigdagentijd)

Preek over Johannes 4 en Exodus 17: 1- 7

Derde zondag in de veertigdagentijd, 23 maart 2014

 

Er zijn twee grote thema’s die de lezing uit Exodus en uit het evangelie naar Johannes met elkaar verbinden. Het eerste thema is: water!

De vraag naar water, want het gebrek aan water is levensbedreigend.

Water betekent dat leven mogelijk is.

Het tweede thema is de aanwezigheid van de Heer.

Is de Heer in ons midden? Dat vragen de Israëlieten zich af. 

De Samaritaanse vrouw bij de bron vraagt:

Is God in onze tempel, in de woestijn, in Jeruzalem?

Waar is God aanwezig? Is God in ons leven?

Water en God aanwezigheid, die twee thema’s hebben met elkaar te maken.

Je zou kunnen zeggen: waar water is, is God.

 

Het volk Israël trekt door de woestijn. Ze zijn bevrijd uit Egypte, ze zijn door de Schelfzee getrokken. Mirjam heeft haar lied gezongen. De Heer heeft manna en kwartels te eten gegeven.

Egypte ligt achter hen.

De slavernij ligt achter hen.

De dood ligt achter hen.

Ze gaan door de woestijn, want ze zijn er nog lang niet.

Ze hebben een belofte: de Heer heeft hen vrijheid beloofd, melk en honing, overvloed en vrede. Ze gaan met Gods woord als bewijs.

 

Het valt niet mee.

Het water is op, paniek slaat toe en de agressie richt zich op Mozes. 

Daarmee op hun Heer. Hij heeft ons toch uit Egypte gehaald?

Dat was ook geen leven, maar stierven we in elk geval niet door uitdroging.

 

Een nieuw begin gaat nooit zonder moeite en strijd.

Voor de gelovigen is er altijd nog wel wat bij te leren als het gaat om vertrouwen. 

Zo staan de Israëlieten daar, heen en weer geslingerd tussen het bekende slavenbestaan, en het onbekende beloofde land. Tussen dood en leven. Tussen verleden en toekomst. Tussen de macht van Farao en de liefde van hun God.

 

Het is niet raar dat mensen zo beginnen te twijfelen. Het is niet raar als gelovigen zich soms afvragen of God in hun midden is.

Of God in hun leven is. Als je figuurlijk gesproken in de woestijn bent, als je dorst hebt, ook figuurlijk gesproken natuurlijk, dan kun je aan alles twijfelen, zeker ook aan je God.

Als je niet meer weet hoe het verder moet, als alle grond onder je voeten weg zakt, als je wel weet wat je niet wilt, maar nog geen idee hebt hoe de toekomst invulling krijgt. Of er wel toekomst is.

God, als u er bent… Is God in ons midden? Is God in mijn leven?

 

Mozes gaat naar de Heer, er klinkt angst door in zijn stem: Wat moet ik met dit volk aan, ze gaan me stenigen. Als ik het antwoord van de Heer lees, denk ik: Hij begrijpt het wel. Hij begrijpt zijn volk wel als ze twijfelen. Als ze het niet meer zien zitten, als ze Hem niet meer zien zitten.

ER klinkt geen verwijt door in zijn stem als Hij Mozes de opdracht geeft naar de Horeb te gaan om daar voor water te zorgen.

Ja, de Heer is in hun midden, in het stromende water.

Dat water symboliseert de aanwezigheid van de Heer, Hij geeft hen, ons, kracht, levenskracht.

Wat een bijzonder moment dat als je een keer in je leven mag ervaren dat je kracht ontvangt uit den hoge….

 

Het is ook niet toevallig dat Jezus en de Samaritaanse vrouw elkaar ontmoeten bij een bron. Daar, bij de aanwezigheid van stromend water, daar kun je praten over de aanwezigheid van God.

Daar waar je komt omdat je dorst hebt, kun je praten over wat je nog meer nodig hebt in je leven. Over de vragen en verlangens die niet met water uit de kraan en brood van de bakker zijn op te lossen.

Het is een bron, geen put. Hier gaat het over stromend water. Over levend water.

 

Jezus moet door Samaria gaan, zo staat er.

Is er dan geen andere weg? Natuurlijk wel. De meeste Joden lopen om, om Samaria te vermijden. Maar Jezus moet door Samaria, zoals Hij later naar Gethsemané moet, en naar Golgotha. Hij moet door Samaria om de vrouw bij de bron te ontmoeten.

 

Het is omstreeks het zesde uur, zo schrijft Johannes.

In onze vertaling helaas vermeld als: omstreeks het middaguur.

Er zijn heel wat betekenissen aan die tijdsaanduiding gegeven. Zo zou de vrouw midden op de dag alleen naar de bron willen gaan, om verder niemand uit het dorp tegen te komen. Want ze zou bekend staan als slet, vijf mannen gehad en nu de zesde… Daar wil je als nette vrouw uit het dorp niet mee gezien worden.

 

We weten niet of Johannes uitging van de Joodse of de Romeinse tijdaanduiding. Zou het rond het middaguur zijn? Zou het aan het einde van de middag zijn? De vermelding dat de discipelen boodschappen gingen doen, doet vermoeden dat het om het einde van de middag ging. Want er was echt geen winkel open op het heetst van dag.

 

Deze vrouw was alleen bij de bron omdat zij net als Jezus moest gaan.

Om met Hem in gesprek te raken.

Het was het zesde uur. Zes is het getal van de mensen.

De zes uren zijn de uren van een mens, dat is de tijd van een mensenleven. 

De mensen hebben zes dagen in de week. God schenkt de zevende dag.

Dat is Gods tijd.

God schenkt het zevende uur. Jezus zegt: er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie God aanbidt, dat doet in Geest en waarheid?

En wat later: als de vrouw zegt: ik weet dat de Messias zal komen… dan zegt Hij: Dat ben ik. De tijd is vervuld! De Messias is gekomen.

Een mens komt tot zes uur: de vervolmaking, het zevende uur komt van God.

 

We kennen Johannes als een evangelist die altijd wat ingewikkeld schrijft. Zijn woorden hebben altijd meer lagen, meer betekenissen.  Wat eenvoudig lijkt, verwijst altijd naar meer, naar dieper, naar de geloofsbetekenis.

Naar God.

Zoals nu met de tijd, het is het zesde uur, en op het zesde uur vertelt Jezus dat de tijd is vervuld. Het zevende uur is begonnen. Dat zie je niet op de klok. Dat geloof je in geest en waarheid.

Er is iets nieuws onder de zon, zomaar in een heel gewoon mensenleven, met 24 uur in een dag, komt er iets van de eeuwigheid binnen. Komt er iets van later, van het Koninkrijk, van de Messias, van Gods aanwezigheid.

Dat ervaart de vrouw.

En dat extra’s, dat van boven komt, dat geschonken wordt, dat is uiteindelijk belangrijker dan al het andere. Dat is te vergelijken met water waar je nooit meer dorst van krijgt.

Wat voegt geloof in de Messias toe?

Wat voegt geloof toe in een mensenleven? In ons leven?

Veel mensen kunnen zonder. Zeggen ze, denken ze, zien we ook om ons heen gebeuren. Johannes schrijft dat die mensen leven van brood en water, maar dat hun uiteindelijk vraag naar de zin van alle dingen, die uitstijgt boven de tijd, er niet mee wordt beantwoord.

Nogmaals komen we de 6 tegen in dit gedeelte. De vrouw vertelt dat ze geen man heeft, waarop Jezus zegt dat ze inderdaad de waarheid heeft gesproken. Ze heeft 5 mannen gehad, de man van nu, nr 6 dus, is niet haar man.

Jezus kent haar, de vrouw leert Hem kennen en herkennen als een profeet.

 

Het klinkt raar, maar Johannes beschrijft het zo: Jezus is haar 7e man.

In de gelovige betekenis van het woord.

Mensen zoeken liefde en geborgenheid bij elkaar, mensen vinden vriendschap bij elkaar. Mensen kunnen veel voor elkaar betekenen. Zo zijn mensen met elkaar gelukkig. Of niet natuurlijk.

Maar zo schrijft Johannes: Gods aanwezigheid in het leven vervult het leven zoals het bedoeld is.

Dat verrijkt een mensenleven, Gods aanwezigheid vervult de menselijke behoefte zoals geen ander mens dat kan.

Hoe? Het leven van de vrouw is na die dag compleet veranderd.

Hoe? Stel je eens voor je bent in de woestijn… en er stroomt opeens water…

Hoe? Stel je eens voor je bent bij een bron met allerlei vragen… en jouw leven wordt vervuld.

Stel je eens voor: in je gewone dagelijkse leven van 24 uur in een dag, komt er opeens iets voorbij dat aan de Eeuwigheid doet denken.

Stel je eens voor: er zijn allerlei mensen om je heen, maar soms voel je je eenzaam. Dan ervaar je geborgenheid. Opgenomen in iets of iemand die groter is dan jij bent.

 

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

.

.

Joke Kolkman

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS