Zondag 9 februari 2014 - preek bij MatteŁs 5 vers 13- 16

 

jullie zouden moeten zijn...

jullie zullen worden...

jullie lijken op......

ik hoop dat jullie zijn als.....

nee, jullie zijn het zout der aarde,

En jullie zijn het licht der wereld.

Wij zijn het zout der aarde en het licht der wereld.

Zo, Jezus durft heel wat te zeggen.

Misschien was de tekst wel gemakkelijker geweest 

als Jezus het wat voorzichtiger had gezegd. 

Dat we er op lijken. Of er iets van weg hebben.

Dan kunnen we instemmend knikken.

Natuurlijk Heer, we doen ons best. Maar we zijn maar gewone mensen, met onze tekortkomingen. We bedoelen het goed, maar we zijn er nog niet.

Maar het is een prachtig ideaal om na te streven.

Maar we worden het niet, we zijn het al.

We zijn het nu. Punt uit.

Nou ja, misschien ben ik iets te snel.

Want Jezus zegt het natuurlijk niet zo direct tegen ons. 

Hij zegt het tegen die mensen die toen naar Hem luisterden.

En dan realiseren we ons wie daar rondom Hem zaten. Hij heeft ze net toegesproken en ze toen ook meteen zalig gesproken. Het zijn de armen van geest, de bedroefden, de hongerigen, de barmhartigen, de vredestichters. Om er maar eens wat te noemen.

Mijn moeder zo zeggen: als je daar de oorlog mee moet winnen!!!

Tegen deze mensen, later worden ze getypeerd als opgejaagde schapen zonder herder, tegen deze mensen zegt Jezus: gij zijt het zout der aarde.

Het is geen onbekende uitspraak.

De Schriftgeleerden hadden de boeken van Mozes als eens getypeerd als het zout voor het leven op de aarde. De boeken van Mozes, de Torah bewaart het leven tegen vuiligheid. De boeken van Mozes zorgen dat het leven op deze aarde niet bederft.

Waarbij ze dan de vergelijking doortrokken: de mishna, de gezaghebbende overlevering,   kon je dan vergelijken met de peper die voedsel pit geeft.

Zout en peper, onlosmakelijk van elkaar, zoals de Torah en de Mishna.

En ook vergelijking met het licht der wereld is al bekend.

God zelf was het licht der wereld, en soms zou het volk van God het licht der wereld moeten zijn. Of de profeten. De vromen, of de tempel. En Sion is de stad op de berg, zichtbaar voor iedere gelovige en ieder ander.

Bekende beelden, in een onbekend perspectief gezet.

In het perspectief van het evangelie.

Zo is het; die mensen die met al hun vragen en problemen, 

met hun hoop en hun wanhoop, 

hun interesse of hun onverschilligheid, 

met hun verwachtingen of zonder illusies bij Jezus komen, 

zij zijn het; zout zijn zij, licht zijn zij.

Zout en licht, onmisbaar in deze wereld.

Zijn we dat?

Laten we ons toch niets verbeelden.

De wereld gaat wel door, waarschijnlijk ook wel zonder ons.

Of toch niet?

Zou Jezus ongelijk kunnen hebben? Dat we niet het zout zijn.

Dat de wereld net zo goed zonder ons zou draaien, zonder onze gebeden.

Zonder onze kerkgang, zonder onze inzet voor recht.

Zonder dat wij de sacramenten vieren?

Zouden we het net zo goed achterwege kunnen laten?

Of zou Jezus het over een andere kerk hebben gehad.

Een kerk die groter is en machtiger, en minder verdeeld, en minder twijfelend.

Zout, zo gewoon alledaags.

En zo gewoon onmisbaar.

Bestaat er iets alledaagser dan zout?

Pretentieloos, zoals een christen zou kunnen geloven.

Voor elke dag, zoals de betekenis van geloof zou kunnen zijn.

Het dringt overal doorheen, bijna onzichtbaar, zoals het geloof in de samenleving vaak bijna onzichtbaar is. Maar niet afwezig!

Altijd dienend voor het grote geheel, voor het gerecht, zoals een christen dienstbaar is, niet van nature, maar vanwege het evangelie.

Zout, om een klein beetje de wereld voor het bederf te hoeden.

Een aantal voorbeelden;

  • de tijd dat je op zondag niets mocht, is gelukkig voorbij. Maar het is niet heilzaam voor mensen dat elke dag hetzelfde is. Dat ze altijd maar werken en niet tot rust komen. Of tot elkaar komen. Dan kan de kerk hoog houden dat we soms bewust van genade en in vrijheid leven. Wat het betekent om afhankelijk te zijn en te ontvangen. De kunst van het ontvangen, dat is een vorm van zout zijn.
  • De grens tussen goed en fout lijkt steeds minder helder te worden. We weten niet precies wat zonde is en wat niet. Wat een paar generaties geleden nog als doodzonde gold, vinden we nu heel gewoon. En we willen elkaar in elk geval niet  met de nek aankijken omdat we vinden dat iemand iets doet dat niet door de beugel kan. Maar moeten we alles goed vinden? Of zijn er nog steeds dingen die niet heilzaam zijn voor mensen. Nou ja, de vraag stellen is 'm beantwoorden. En moeten we elkaar daar ook op blijven aanspreken? Zou dat ook een vorm kunnen zijn van licht in de wereld? Dat we elkaar aanspreken op wat het licht niet kan verdragen? 
  • Het is 2014, nog steeds hoor je soms dat homo’s en lesbiënnes niet welkom zijn in een kerk, in een wijk, weggepest worden. Aan de kant gezet, hun auto beklad. Als wij een kerk zijn waar mensen, hoe dan ook, welkom zijn, schijnen we dan iets van Gods licht door in de wereld? 
  • Als je het moeilijk hebt, hoe dan ook, een belletje, een mailtje naar iemand van de gebedskring, en elke dag wordt er voor je gebeden. Zijn mensen bezorgd om je, is dat een vorm van zout? Dat kracht heeft en kracht geeft aan een mensenleven?

Jezus had geen kerk voor ogen die groter was, of machtiger.

Hij had die mensen voor ogen die ik al heb genoemd.

Zeker niet de machtigen van de natie.

En eigenlijk heeft de kerk de eeuwen door bestaan uit mensen die probeerden, die geloofden, soms twijfelden, een kerk die verdeeld was, wat groter of wat kleiner, maar altijd kwetsbaar. Met mensen zoals wij.

Want andere gelovigen zijn er niet.

Ander zout der wereld is er niet.

Kan het fout gaan met het zout?

Nou ja, met echt zout duurt het wel erg lang voordat het smakeloos is geworden.

Maar christenen kunnen wel smakeloos worden Als hun geloof tot een stelsel van dogma's is geworden waar geen beweging meer in zit. Als we, om in de vergelijking te blijven, niet als zoutkorrels ons werk doen, maar een klont vormen, alleen gericht op onszelf, zonder oog voor deze wereld. Dan zou het fout kunnen gaan.

Maar zegt Jezus: ik spreek jullie aan als kinderen van God, en ik verklaar jullie tot zout der wereld. Dat is het evangelie.

Zoals ik mensen zalig kan verklaren, kan ik ze ook tot zout verklaren, of tot licht.

In Gods Naam.

En licht, het klinkt raar, maar we zijn licht op een zelfde manier als we zout zijn. De kracht van licht is niet dat we onszelf etaleren als fantastische mensen. De kracht van licht is dat we bescheiden, onze gang gaan. Onze Bijbelse, gelovige gang.

En dan niet meer onzichtbaar kunnen blijven.

Om af te sluiten met woorden van Nelson Mandela

Wij zijn bestemd om te stralen zoals kinderen doen.

We zijn geboren om de glorie van God die in ons is, te openbaren.

Die glorie is niet slechts in enkelen, maar in ieder van ons aanwezig.

En als we ons licht laten schijnen,
schept dat voor de ander de mogelijkheid hetzelfde te doen.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen.

 

 

Joke Kolkman

 

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS