Preek bij HebreeŽn 11 vers 1 tot en met 13 (zondag 11 augustus 2013)

 

Zusters en broeders

 

Ik zie de lange stoet van mensen voor me, mensen die geloof­den.

Met hun kommer en hun kwel.

Met hun moed en hun vastbera­denheid.

Met hun hoop en hun wanhoop.

Met de zekerheid van het bestaan achter zich, en de wenkende toekomst voor zich.

Mensen. Grote en kleine, bekende en onbekende,

vast overtuig­den en twijfelaars, gelovigen onderweg.

Mensen als wij, u en ik.

 

We lazen vandaag een bewerking van een gedeelte uit de brief aan de Hebreeërs.

Het is bewerkt door Karel Eijkman, voor kinderen, jongeren, en iedereen die zich Kind van God voelt.

Ik schrok even toen ik het gedeelte las.

Zonder het geloof van Noach, Abraham, Sara enzovoort had God het niet gered?

Zijn we niet gewend andersom te denken?

Zonder ons geloof in God, zonder Gods hulp, zouden wij het niet redden.

Zonder Gods trouw was Noach niet gered, was Abraham blijven wonen in Ur en had Mozes het volk in Egypte laten zitten.

Zonder Gods hulp had Sara nooit een kind gekregen en was er geen haar op het hoofd van Rachab dat er aan dacht vreemdelingen onderdak te verlenen.

Zonder geloof van mensen, had God het niet gered?

 

Maar ik besefte dat het Gods keuze is om met ons mensen te werken.

Om zijn liefde in onze handen en onze harten te leggen.

Om zijn woord ons toe te vertrouwen.

Om ons te roepen en zo in zekere zin afhankelijk te worden, te wachten op ons antwoord. Niet omdat Hij niet anders kan, maar omdat Hij niet anders wil.

God legt zijn liefde voor de wereld in onze handen. Zonder onze handen, onze woorden, ons hart, onze gebaren, wil God zijn liefde niet tonen,

 

We lazen een bewerking van één van de bekendste hoofdstukken uit de brief aan de Hebreeën over de wolk van getuigen, hoewel een brief…

Eerder een preek voor de gelovigen dan een brief. Het kent immers geen aanhef, geen afzender, niets wat een brief zo kenmerkt. Een lange preek is.

Om mensen moed in te praten.

En die mensen zijn dan waarschijnlijk van Joodse lezers, die zich bij de beweging van Jezus hadden aangesloten. En mis­schien na hun aanvankelijk enthousiasme ontdekten dat het niet zo gemakkelijk is om vol te houden. Of zich afvroegen: waarom is dít geloof nu eigenlijk beter dan wat we hadden?

Wat voegt het toe?

 

Zomaar een vraag die langs komt als ik iets vertel over het thema van de preek voor de Hebreeën. Wat berekent het geloof in Jezus Christus eigenlijk.

Wat voegt geloof nu eigenlijk toe aan een mensenleven?

Worden we er betere, gelukkiger, betrouwbaarder mensen van?

Voor de Hebreeërs een vraag, en voor ons vast en zeker geen weet.

 

Is dat geloof een vaste grond onder de voeten?

Houvast in zware tijden?

Wat voegt ons geloof eigenlijk toe aan ons leven? En aan dat van anderen?

Wordt de wereld er misschien beter van?

Of negatief geformuleerd; wat zouden we missen, als we er eens mee stopten?

 

Een vraag die op ons afkomt. En die mij niet zo meteen weer loslaat.

 

De vraag stellen, is 'm beantwoorden, zo vindt de schrijver van deze preek aan de Hebr. Hij is bezig een antwoord te geven op die vraag van de beginnende gelovigen.

En wellicht ook op onze vragen.

Hij zet aan de negatieve kant in; met een waarschuwing tegen afvalligheid. Hij waarschuwt de mensen; als je het er nu bij laat zitten, komt het niet goed.

 

En dan in hoofdstuk 11 komt de andere kant aan de orde. Zeg maar de positieve kant. Na een aantal waarschuwingen over afval en nalatigheid is het duidelijk dat er nu gezegd moet worden wat dan wel de kracht is van het geloof.

De schrijver gebruikt gespierde taal.

 

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen,

en het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.

 

Grote woorden, misschien wel te groot naar ons gevoel. Het lijkt zo statisch, alsof het geloof bestaat uit een set zekerheden die je als pakketje met je meedraagt in het leven. Vaststaande meningen die van vader op zoon, van moeder op dochter over worden gedragen, om ook weer door te geven aan wie na ons komt.

 

Van dat statische beeld van geloof, als een setje overtuigin­gen krijg ik de kriebels.

Ik weet niet hoe dat met u zit, maar dat beeld van geloven lijkt me iets van voorgaande generaties of van andere kerkgenootschappen, Staphorster varianten.

 

Wij bezitten ons geloof niet als een vast pakketje gegevens. Het is geen bezit.

We beschikken er niet naar willekeur over. Alsof het altijd allemaal zo vanzelfsprekend is, alsof we nooit twijfelen, alsof het geloof ook altijd hetzelfde zou blijven.

Geloof betekent beweging. Geloof zet in beweging. Geloof is een eigen kracht, met een eigen dynamiek. Een eigen kracht waar door mensen meegenomen kunnen worden, en waar ze zich aan over kunnen geven. Dan geeft ruimte, uitzicht, dat geeft toekomst, openheid voor wie zegt te geloven, maar tegelijk denkt en bidt: Kom mijn ongeloof te hulp.      

 

Dat betekent voor deze verzen uit Hebr 11 dat we het zo kunnen uitleggen: geloof doet twee dingen met ons: het legt een bodem onder onze hoop. En stuurt onze blikrichting steeds weer naar dat wat wij niet zien.

 

Het legt een bodem onder onze hoop.

Onze hoop is niet op niets gebaseerd, is niet alleen tegen beter weten in.

En ons geloof houdt ons niet op de plaats, maar stuurt ons op weg. Vooruit.

Naar de betere wereld.

Soms is het alsof we meegenomen worden.

Dan dragen wij niet het geloof met ons, maar draagt het geloof ons.

Ook op weg, de toekomst tegemoet.

 

Wij zijn niet de eersten die geloven, en niet de enigen ook.

Een grote groep mensen ging ons voor en in dit hoofdstuk van de preek aan de Hebr. wordt een aantal genoemd.

We lazen over Abraham en Sara.

 

Er was een stem en ze gingen.

ER was een belofte en ze kregen uiteindelijk een kind.

 

Een stuwende kracht in hun bestaan, was het.

Vooruit: naar het beloofde land.

 

Een bodem onder hun hoop was het: jullie zullen een kind krijgen en je nageslacht zal zijn, talrijk als de sterren aan de hemel.

 

Ik ga nu niet uitgebreid in op het levensverhaal van Abraham en Sara, ze hebben samen heel wat meegemaakt. Ik neem aan dat u dat verhaal in grote lijnen wel kent.

En met het noemen van dit stel blijkt wel dat geloven niet iets is van: overtuigd zijn van dogma's, van waarheden, van bijbelteksten of van vaste gebruiken.

Maar van op weg gaan, van hopen, twijfelen, bidden, wachten, toch weer vertrouwen……..

In dit hoofdstuk worden, naast Abraham en Sara veel mensen genoemd: en allemaal gaan ze op een bijzondere en eigenzinnige manier met hun geloof, met hun roeping om.

 

Zoals Jan Wit dicht:

Door de wereld gaat een woord,

en het drijft de mensen voort.

Neemt uw tent op, ga op reis,

naar het land dat Ik u wijs.

 

Here God, wij zijn vervreemden

door de luisteren naar uw stem.

Breng ons saam met Uw ontheemden

naar het nieuw Jeruzalem.

 

De hele rij van geloofsgetuigen uit dit hoofdstuk heeft ver­trouwd op Iemand die ze niet konden zien. Ze zijn op weg gegaan zonder uiteindelijk die beloofde stad mee te maken, levenslang.  

 

Die weg willen wij ook doorgeven aan wie na ons komt. Niet als een pakket vaststaande overtuigingen, maar als een begaanbare weg. Niet perse een gemakkelijke weg, maar de moeite waard,

 

Op de een of andere manier is de hoop en het vertrouwen van die ons voorgingen, bij ons terecht gekomen.

Met liefde mis­schien, of gebrekkig.

Goed bedoeld, of inspirerend, of met geweld en dreiging. Het kan allemaal.

Maar wij hebben het doorgekregen. Zoals zovelen voor ons, en misschien zoals zovelen na ons. Het heeft talloze mensen een fundament gegeven voor hun leven, een basis om op terug te vallen.

En wat dat betekent; dat zal duidelijk: het woord drijft de mensen voort. Here God, wij worden vervreemden. Vreemdelingen, onrustig, zoals eens Abraham. Sara, Jakob, de moeder van Mozes.

En het is het opvallande; we verwachten meer dan het gewone leven, we verwachten die stad. We hopen op meer dan wat nu voor ogen is.

 

We zijn de eersten niet, de zullen de laatsten ook niet zijn die de weg gaan.

En we gaan niet alleen, want we gaan met God.

Amen.

 .

.

Joke Kolkman

 

 

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS