Preek zondag 26 mei 2013, zondag Trinitatis, bij de lezing uit Spreuken 8

 

Jean Jacques Suurmond schreef afgelopen week in zijn column in Trouw: de zondag Trinitatis, de zondag van de heilige Drie-eenheid is een zondag waarop het verstand uit fietsen mag.

Dat maakt nieuwsgierig. Want je zou zeggen: om de drie- eenheid te begrijpen heb je heel wat verstand nodig. Het is een ingewikkeld dogmatisch begrip, ontstaan in de eerste eeuwen van het christendom. Om aan te geven dat we God kennen als Vader, Zoon en Heilige Geest, je zou zeggen: op drie manieren, maar toch steeds als dezelfde God. En dat dan weer ingewikkeld doordacht en opgeschreven leidt tot het dogma van de Drie- eenheid. Dikke boeken zijn er over geschreven. Theologische discussies zijn er over uitgevochten, ketters zijn er op veroordeeld. Dat kan interessant zijn, maar je wordt er niet vrolijk van, laat staan vroom of gelovig.

En toch is dat de bedoeling van deze zondag van de heilige drie- eenheid: dat we er vrolijk van worden, en gelovig en vroom in de goede betekenis van het woord.

Jean Jacques schrijft: de drie- eenheid betekent dat God de eenheid schenkt, de verbondenheid, het meer bij alle opgetelde delen. Zonder God zijn we als losse knikkers in een zak, we rikkelen wel maar er is geen samenhang. Geen betekenis. Maar met God zijn we verbonden, omdat God in zichzelf verbonden is, in zichzelf relationeel is, zijn wij dat ook.

Gods drie- eenheid geeft het “meer” bij de som der delen.
Begrijpen we het? Nee, natuurlijk niet. Maar de drie- eenheid, God dus, geeft ons juist wat we niet begrijpen, maar wat het leven juist wel betekenis geeft.

Als we naar een schilderij kijken, kunnen we onderscheiden, daar was blauw, daar donkergroen, zo de lichtinval, daar schaduwwerking, dit meisje, daar een boom. Maar als we echt geraakt worden door een schilderij, is er dat extra’s. Dan gaat het om het geheel, dat is meer dan een kloddertje hier en een streepje daar. Je kunt het niet begrijpen, nauwelijks uitleggen, maar het doet je wat. Voorbij het verstand.

Als we de partituur van een muziekstuk zien, en we hebben we verstand van, zie je daar een “e” en daar een verhoogde “g”, dan zoveel tellen rust en verderop weer een spannend akkoord. Heel muzikale mensen horen al hoe het moet klinken als ze de muziek op papier zien. Maar als je ontroerd raakt bij het concert, is dat voorbij de noten, voorbij je verstand.

Deze week was ik op bezoek bij een moeder met een pasgeboren kindje, je kunt er een biologie boek bijhalen om te kijken wat het allemaal is, zoveel spieren, daar de botjes, en daar de organen. Maar er is meer… een mensje, ontroerend, kwetsbaar, aansprekend, meer dan het verstand aan kan. Een kindje van God ontvangen.

Jean Jacques Suurmond schrijft: er zijn mensen die liever denken dan danken. Maar deze zondag nodigt ons uit om te danken, om te danken voor het “meer”, het allesomvattende, het ontroerende, het dragende, het goede, het volmaakte, het alles samenbrengende in ons leven.

Vandaag danken we God, omdat Hij alles in allen is.

We zijn vanmorgen begonnen met de lezing uit Spreuken over vrouwe wijsheid. In de theologie ook wel de Logos genoemd, een begrip dat ook in de filosofie voor komt. Het lijkt alweer zo’n lastige term waar vele denkers zich over hebben gebogen. Ik ga er geen theoretisch verhaal over houden.

Want vandaag zijn we geen denkers, we zijn dankers, gelovige dankers. Het gaat vandaag over de vreugde. Die vreugde komen we tegen in Spreuken 8.

Als God de schepping maakt, is Hij blij. Want Hij ziet dat het goed is.

Wat kunnen wij blij zijn als we iets knutselen, maken, creëren en het lukt. Het werk van onze handen stelt iets voor. Hoe meer zal God blij zijn met wat Hij heeft geschapen. Het lukt, hij ziet dat het goed is!

De negerdichter James Weldon Johnson heeft dat plezier van God, dat lichte en speelse verwoord in een gedicht:

Toen glimlachte God, En het licht brak door,

De duisternis rolde naar de ene zijde

En het licht stond stralend aan de andere kant,

En God zei: Dat is goed!

 

Vervolgens rekte God zich uit en nam het licht in zijn handen,

En God rolde het licht rond in zijn handen

Tot hij de zon had gemaakt.

Hij stelde de zon stralend aan de hemel.

En het licht dat was overgebleven bij het maken van de zon

Verzamelde God tot een glanzende bal

En Hij wierp die in de duisternis,

Zo verlichtte hij de nacht met de maan en de sterren.

Dan- beneden tussen de duisternis en het licht-

Slingerde hij de wereld;

En God zei: Dat is goed!

Je ziet als het ware God spelen bij het maken van deze aarde. Bijna met de verwondering van een klein kind: Kijk eens mama, wat ik heb gemaakt! Kijk eens papa wat mooi!

En dan komt in dit gedicht het mooiste nog: de schepping van de mens.

Hij keek naar zijn wereld

Met al zijn levende wezens,

En God zei: Ik ben nog steeds eenzaam.

En God ging zitten - Aan de kant van een heuvel,

En Hij dacht na

Hij zat bij een brede rivier met zijn hoofd in zijn handen,

God dacht en dacht,

Totdat hij dacht: Ik zal een mens maken!

 

Van de bodem van de rivier schepte God de klei;

En op de oever knielde hij neer;

En de grote almachtige God

Die de zon aan de hemel prikte en in de lucht vast maakte

Die de sterren in de verste hoek van de nacht gooide,

Die de aarde maakte in zijn handpalm;

Deze grote God, bukte zich als een moeder over haar baby,

Hij knielde neer in het stof

Hij zwoegde met een klomp klei

Totdat het gevormd was naar zijn eigen beeld.

 

Hij blies het de levensadem in.

Zo werd de mens tot een levend wezen.

 

Vandaag vieren we dat we God met ons te maken wil hebben,
zelfs plezier in ons heeft.
Als Vader, schepper van hemel en aarde, van al het zichtbare en onzichtbare,
van de zon en de maan, van de vergeet-mij-nietjes en de eikenbomen.
Als Zoon, medemens geworden op deze aarde,
als wijsheid, Gods wijsheid die de vreugde schenkt en de verwondering,
als de Geest die ons adem schenkt en inspiratie.

 

Zo heeft God met ons te maken.

En wij hebben met God te maken, als mens, in ons doen en laten, in de gelukkige momenten, in de verwondering, de ontroering, als ons verstand uit fietsen is.

In onze naastenliefde.
Zelfs de overledenen hebben nog met God te maken, want God is ook daar ergens bij de dood.

 

Vandaag vieren we dat God met ons te maken wil hebben,
met de pasgeborenen en de ouden van dagen,
met de denkers en de doeners,
met de gelovigen en de twijfelaars,
mensen geschapen naar zijn beeld.

En wij, op onze beste ogenblikken,
en zelfs in onze slechte momenten, in vreugde en verdriet,
zal God er voor ons zijn.

Vooral op die momenten dat we het allemaal niet meer begrijpen,
dat de verwondering het over neemt.
Maar ook op die momenten dat het verdriet te groot is, of de pijn.
Ook dan zal Hij er zijn.
Want Hij heeft ons geschapen en heeft ons lief.

We hebben een bijzondere God.

 

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen.

 

.

.

Joke Kolkman

 

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS