Preek bij Handelingen 5 vanaf vers 17 op zondag 14 april 13

We lazen vandaag opnieuw een paasverhaal. Vandaag staan de apostelen op.

Daar gaat wel een en ander aan vooraf. We hebben het gelezen in de laatste verzen van het evangelie naar Lucas. De twee Emmaüsgangers vertellen over hun ontmoeting met de opgestane Heer, en terwijl ze het verkondigen, wordt het waar: de Heer waarover ze getuigen, staat in hun midden. Als ze het bijna niet kunnen geloven, want wie gelooft er nu dat iemand uit het graf kan opstaan, dan laat Jezus zijn handen en voeten zien, en eet een vis. Ichthus, Jezus Christus, redder der wereld, eet een vis. Om de Redder te kunnen zijn.

Opstanding, daar, midden onder hen, staat Hij die zij kennen. Daar, midden in hun leven, midden in hun angst, midden in hun twijfel, midden in hun geloof, daar staat Hij, opstanding en nieuw leven.

Ze krijgen de opdracht van Jezus te verkondigen en ontvangen daarvoor de Heilige Geest. Zo geschiedt het.

Zo lezen we verder in het tweede boek van Lucas, het boek Handelingen. Het bevat de invulling van Jezus opdracht; leg getuigenis af, te beginnen in Jeruzalem.

Met handen kun je verschillende dingen doen, hard werken, duimen draaien, strelen, slaan, genezen, verwonden.

De apostelen, want zo mogen we de leerlingen van Jezus intussen noemen, gebruiken hun handen op mensen te genezen, om te zegenen, om ze op te heffen tot de Heer in gebed.  

De hogepriesters en hun medestanders slaan de hand aan de apostelen, zo staat het er letterlijk. Ze zijn vervuld van jaloezie, en dat is een gevaarlijke kracht.
Jaloezie begint vaak met de wil om te beschermen wat je dierbaar is. Zoals die Sadduceeërs hun eigen positie wilden beschermen, of de rust onder het volk, of het geloof dat zij verkondigen, of hun overtuiging van wat er de al vanaf de aartsvaders was doorgegeven. Maar jaloezie verwordt tot een kracht die kapot maakt, die haat zaait. Zo belanden die apostelen in de gevangenis. Het is niet duidelijk om hoeveel apostelen het dan gaat, in elk geval in Petrus erbij, maar Lucas suggereert een beetje dan ze er alle 12 bij zijn.

Zo komen ze in de gevangenis. De deuren gaan dicht. Zoals eens de steen voor het graf werd gerold. Er staan wachters voor de kerker, zoals voor het graf. In de nacht gaat de deur van de kerker open. Een engel leidt de apostelen naar buiten, hoe? Wie weet het… het is God zelf die zijn apostelen roept tot de nieuwe morgen, tot het Licht, tot de opstanding.

Als de tempelwachters vroeg in de ochtend bij de kerker aankomen, troffen ze hen er niet aan. Een echo van de paasmorgen….

De apostelen zijn weer aan het werk gegaan; getuigen van Jezus Christus volgens zijn opdracht. Ze worden met zachte aandrang opgehaald en moeten zich verantwoorden voor het Sanhedrin, het lijkt nu een min of meer officiële vergadering of bijeenkomst te zijn.

Het is angst die hen aanzet tot deze reactie. Uiteindelijk angst voor de dood. Angst voor een steniging. Je leest er natuurlijk gemakkelijk overheen, maar bij de voorbereiding van deze dienst, heb ik geprobeerd me even in te leven in hun situatie. Zij zien hun positie afbrokkelen, ze zien dat er tweespalt ontstaat rond de tempel, er is nieuwlichterij en zij vinden dat het hun taak is de oude waarden te bewaren. Maar een deel van het volk, lijkt lak te hebben aan hun overtuiging en hun inzet voor de God van de vaderen, de God van Abraham, Izaäk en Jakob.
In het uiterste geval kan het Sanhedrin tot steniging besluiten. Ze zullen het niet vaak doen, het leven in heilig in Gods ogen en dus in hun ogen, maar soms.. En nu… moeten ze zelf vrezen voor hun leven. Steniging, een spontane actie van het volk, zeker niet na een correcte juridische procedure… dan sta je dan met je goede bedoelingen….

De Sadduceeërs zeggen 3 dingen tegen de apostelen:

  1. Wij hebben u geboden niet meer over Jezus te verkondigen.
  2. U doet het toch.
  3. U zegt dat het onze schuld is dat hij is gedood.

En dan zegt Petrus die bekende woorden:

Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

Commentaren zeggen dat het mogelijk is dat de evangelist Lucas de woorden kende, Socrates heeft hetzelfde gezegd tegen zijn rechters: ik zal de godheid meer gehoorzamen dan de mensen.

Maar dat doet niets af van de lading van deze woorden: Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

De apostelen doen wat Jezus hen op gedragen heeft, namelijk zijn getuigen zijn in deze wereld, te beginnen in Jeruzalem. Met de kracht van de Heilige Geest durven zij te staan voor hun roeping, houden ze op hun opdracht vol. Misschien zijn ze bang, maar nog groter is hun geloof, hun overtuiging, nog groter dan de angst voor de overheid, groter dan de angst voor de dood, is de kracht van het evangelie.

Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

Het zijn ook gevaarlijke woorden, want daarmee geef je aan dat God aan jouw kant staat. Ik doe wat ik moet doen, omdat God het van mij vraagt, omdat God het wil, omdat ik weet wat God wil, omdat God hetzelfde wil als ik.

De Sadduceeërs en de Schriftgeleerden die daar bijeen waren, hadden ongetwijfeld dezelfde opvatting; wij bestrijden die nieuwlichterij omdat God het van ons vraagt. Hij vraagt van ons de traditie te beschermen met alles wat in ons is. Dat is onze roeping.

Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

Door de eeuwen heen hebben gelovige mensen kracht ontleent aan deze woorden. Hebben ze keuzes gemaakt, met misschien wel risico’s voor hun leven, of voor hun dierbaren, maar vol gehouden. In landen waar christenen onderdrukt worden, geven deze woorden kracht. Tijdens de oorlog werden onderduikers onderdak verleend met beroep op deze woorden.

Acties zijn gevoerd, voor rechtvaardigheid, voor behoud van de schepping, voor een eerlijker verdeling van geld en goed, met beroep op deze gedachte.

Zo verkondigen mensen in Gods Naam, zo getuigen mensen over Jezus Christus.

Wat zijn de criteria?

Wanneer gehoorzaam je God?

Als je je handen gebruikt om te zegenen, om te genezen, om te bidden.
Als er deuren open gaan voor mensen, als mensen nieuwe mogelijkheden ontdekken, nieuwe wegen vinden, vrijheid ervaren, als het na de nacht weer licht wordt, morgen wordt in deze wereld.

God gehoorzamen heeft te maken met het opstandingsverhaal, met LEVEN, met nieuw leven, met Licht, met liefde.
En niet met handen die grijpen en graaien, alleen voor zichzelf zorgen, hun macht misbruiken. Nooit met dood, met duisternis, met opsluiting, met deuren die gesloten blijven, met onderdrukking, met angst, met kapot makende jaloezie.

Dit klinkt misschien iets gemakkelijker dan het in de weerbarstigheid van deze wereld is. Want soms moet je een deur sluiten voor iemand, letterlijk of figuurlijk omdat hem of haar te beschermen, om te zorgen dat het ooit weer dag kan worden voor deze mens…. Wie in de geestelijke gezondheidszorg heeft gewerkt, kan dat beamen.

Soms kun je iemand beter niet meteen geven waar hij om vraagt, zodat hij de kans krijgt de kracht in zichzelf te ontdekken. Soms moet je iemand een grens stellen zodat zij daarna met vrijheid kan omgaan. Iedereen met de prachtige taak kinderen op te voeden of te begeleiden, zal dit herkennen.

Maar de rode draad blijft; het gaat God om de opstanding. 
Dat het Pasen wordt in ieders leven.

Laten wij zo God meer gehoorzamen….

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Amen

.

.

.

 

Joke Kolkman

Oud-Katholieke Parochie St. Willibrordus, Arnhem | Site techniek: SyncCMS